Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
heeft meer geld dan {que) de broeder des geneesheers.
De soldaat heeft een' makker verloren in een' veldslag
tegen de Franschen. Hebben de Engelschen de Fran-
schen overwonnen? Heeft hij den boer geslagen? De
kleederen van den molenaar. Vleesch, brood en ham.
Goud, zilver en staal. Brood en haring.
63. _
De Hollanders hebben een' slag verloren tegen de
Franschen. Er zijn vijf fouten in 't opstel. Er zijn min-
der fouten in de vertaling. Gij zijt {hebt) koud, Karei;
Maria's zuster is {heeft) ook koud. Wij hebben niet tegen
de vijanden des vaderlands gestreden. Gij hebt den offi-
cier niet gedood. Maria en Grietje hebben de drie ven-
sters der kamer niet gesloten. Willems broeders zijn
vrienden. Wij hebben een' vriend gehad. Wij hebben
geene vriendin gehad (vert. niet gehad eene vriendin). De
Engelschen hebben eene vloot Mietjes beide broeders
(vert. de twee broeders van M.) zijn in Frankrijk.
Vijftiende Les.
En nu zullen we den Présent van Avoir, vragend ontkennend,
vervoegen :
Heb ik niet? N'ai-je pas?
hebt gij niet? n'as-tu pas?
heeft hij niet? n'a-t-il pas?
heeft zij niet? n a-t-elle pas?
heeft men niet? n a-t-on pas?
hebben wij niet? n avons-nous pas?
hebt gij niet? n'avez vous pas?
hebben zij (mannen) niet? n'ont-ils pas?
hebben zij (vrouwen) niet? n'ont-elles pas?