Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
zeventien, dix-sept. negentien, dix-neuf.
achttien, dix-huit. twintig, vingt.
gehad, eu.
Ziehier eenige bijwoorden, die altijd door het voorzetsel de gevolgd
worden, als zij vóór naamwoorden komen.
veel beaucoup. te weinig, trop peu.
weinig, peu. genoeg, assez.
meer, plus. geen, point.
minder, moins. te veel, trop.
zóóveel, tant, autant. hoeveel? combien?
Te veel geld, trop d'argent; veel te veel chocolade, beaucoup
trop de chocolat; veel te veel of maar al te veel koffie, par trop
de café; weinig menschen, peu d'hommes; meer linnen, plus
de toile; veel zijde, beaucoup de soie; hoeveel kinderen? com-
bien d'enfants? geld genoeg, assez d'argent; geene jas, point
d'habit; meer dan drie pennen, plus de trois plumes; minder
dan vijf kinderen, moins de cinq enfants.
Omtrent het gebruik van point is nog een en ander op te merken,
ik zal u dit in de volgende les mededeelen.
Ik behoef u niet te herinneren, dat als 't woord, dat op die bij-
woorden volgt, met eene klinklettter begint, de in d' verandert.
Maak nu de volgende opstellen :
5°-
Wij hebben winter (vertaal : den winter). Ik heb een' held
in 't leger gezien. De officier is een held. Een Hollander
vóór het venster. De Hollanders en de Duitschers. De
mensch heeft genoeg. De hoogte van de tafel en van den
stoel. Op de hoogte. Op eene hoogte. De winter in de
stad. Gij hebt twaalf stoelen in eene kamer, gij hebt stoelen
genoeg (vertaal genoeg stoelen). Hebt gij eene tafel in de
kamer? — Neen, mevrouw. De elf*) stoelen van de kamer.
*) Bij les onze gaat de s van les in de uitspraak niet op de o van onze over.
Men zegge: lè onze en niet lezzonze, zooals 't dikwijls verkeerd geschiedt.