Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
verloren. Men heeft de suiker verkocht. Heeft Jans vader,
de koopman, de suiker verkocht? De koning heeft een
leger verloren bij {pres de) de hoofdstad. Heeft men het
water gedronken? Heeft Karei ook het water gedronken?
Elfde Les.
Tot dusverre hebben wij alleen over het enkelvoud der naamwoorden
gehandeld. Wij zullen nu over de vorming van 't meervoud spreken.
Het meervoud der zelfstandige naamwoorden wordt in 't Fransch
gewoonlijk gevormd door achtervoeging van eenex: maison, maisons,
huis, huizen; soldat, soldats, soldaat, soldaten. Gaan echter de
naamwoorden op s, x of z uit in 't enkelvoud, dan worden zij in
het meervoud niet veranderd.
Ie bas, les bas, de kous, de kousen;
la noix, les notjc, de noot, de noten;
Ie nez, les nez, de neus, de neuzen.
Deze uitzondering is gegrond op het beginsel, dat een Fransch
woord niet op twee gelijke of twee overeenkomstige medeklinkers
mag uitgaan. Er is overeenkomst tusschen j, en z.
De lidwoorden worden ook anders geschreven dan in 't enkelvoud.
Le, la en V worden les; du, de la en de 1' worden deS, en au,
à la tn à 1' worden aUX.
Ziehier de verbuiging van een naamwoord in 't meervoud. Of
't woord manlijk of vrouwelijk is, doet niets bij de vorming van
't meervoud af, de lidwoorden zijn altijd dezelfde: LeS, deS en
aux. Des is eene samentrekking van de leS, en aUX van à leS.
Meervoud. Pluriel.
Masculin. Vrouwelijk. Féminin,
les pères. i. de moeders, les mères,
2. der moeders, of
des pères> van de moeders, deS mères.
3. de(n) moeders, of
aux pères. aan de moeders, aUX mères,
les pères. 4. de moeders, les mères.
Manlijk.
1. de vaders,
2. der vaders, of
van de vaders,
3. den vaders, of
aan de vaders,
4. de vaders.