Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Weet dan, dat men tu alleen in den zeer vertrouwelijken omgang
bezigt. Vous gebruikt men altijd, als men het woord richt tot
meer dan een persoon. Als beleefdheidsvorm gebruikt men echter
vous ook dan, als men slechts tot één persoon spreekt.
Met tu en toi spreken heet men tutoyer; het is ongeveer zoo wat
men bij ons met jij en jou spreken noemt.
Onthoud de hierboven gegeven regels en leer de volgende woor-
den van buiten :
eene parasol, i une ombrelle,
een zonnescherm , ' un parasol. *)
VAllemagne, f. het station , la gare.
la Prusse. de spoorweg, le chemin de fer.
la Hollande, de stoomboot, le bateau àvapeur.
la France. het vaderland,
V Angleterre, f. de koopman.
een regenscherm,
eene paraplu,
Duitschland,
Pruisen,
Holland,
Frankrijk,
Engeland,
Italië,
in,
un parapluie.
bij.
VItalie, f.
en.
près de,
avec, chez.
Weenen,
Rijssel,
de hoofdstad,
eene les,
de Hollander,
geboren,
Merk nog op.
le Hollandais, gestorven,
la patrie,
le marchand.
Vienne.
Lille.
la capitale,
une leçon,
mort.
né.
geweten , gekend, su.
dat de namen van landen in 't Fransch worden
voorafgegaan door 't bepalend lidwoord. Zie hierboven.
In vóór namen van landen vertale men door en.
Na dat en zette men nooit het lidwoord. In Frankrijk heet en
France, in Duitschland, en Allemagne.
Nog iets, men vertale de stad Parijs, Londen enz. alsof er stond
'de stad van Parijs, van Londen, la ville de Paris, de Londres.
31-
Heeft Mietje den spoorweg gezien? — Neen, maar zij
*) Ombrelle is de naam van de parasol eener dame. Parasol heet men die
groote witte of lichtgekleurde zonneschermen, welke de heeren soms op reis of
op de wandeling gebruiken.