Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
Vóór het huis des timmermans. Waar is Antjes pen? —
Onder de tafel. Hebt gij Leentjes hoed gezien? — Ja,
mejuffrouw. Leentjes hoed is op de tafel in de kamer.
29.
Hebt gij het horloge van den officier verkocht? —
Ja, mijnheer, ik heb het horloge aan een' Franschman
verkocht. Hebt gij de stad gezien, mejuffrouw? — Ja,
mijnheer, ik heb de stad gezien, en ik heb het huis des
konings ook gezien. Heeft Piet het water gedronken ? —
Neen, mijnheer, hij heeft de koffie gedronken. Hebt gij
den koning in de stad gezien?
30-
Heeft zij aan Grietje gedacht? — Ja, maar zij heeft
Leentje vergeten. Hebt gij den brief gelezen? — Ik
heb den brief gezien, hij *) lag (vert. was, était) op de
tafel in de kamer van de zuster des bakkers. Waar is
de koning? — Hij is in de stad. Waar zijn de koning
en de koningin? — De koning is in het leger en de
koningin is in de stad. Waar is Willem? — Willem is
vóór het venster van de kamer van Lodewijk.
Tiende Les.
In de vorige les heb ik beloofd, dat ik u zou zeggen hoe men
heb ik? hebt gij? heeft hij? heeft Jan? enz. in 't Fransch vertaalt.
Het eerste heb ik reeds gedaan; maar ik heb u nog niet gezegd,
hoe men zinnen als heeft Jan? heeft Grietje? heeft de koning?
in 't Fransch moet overbrengen. Daarbij is echter uwe bijzondere
oplettendheid noodig.
*) Denk er om, dat brief in 't Fransch vrouwelijk is. Vertaal dus: zij.