Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
Negende Les.
Gij hebt den tegenwoordigen tijd van de aantoonende wijs van het
hulpwerkwoord hebben, dat in het Fransch Avoir heet, leeren ver-
voegen. Gij weet nu hoe ik heb, gij hebt, hij heeft, Jan heeft,
Leentje heeft, enz. in 't Fransch worden geschreven.
Wij zullen dienzelfden tegenw. tijd eens vragend vervoegen, en
dus leeren hoe men b. v. heb ik? hebt gij ? heeft hij? heeft Jan?
enz. in 't Fransch moet schrijven.
Niets is eenvoudiger. Evenals in 't Nederlandsch, keert men de
volgorde der woorden om. Men maakt in 't Nederl. van ik heb,
heb ik? — niet waar? Welnu, zoo verandert men ook in 't Fransch
^'ai in aijef tu as in as-tu? enz.
Hierbij valt echter nog wel een en ander op te merken en al
dadelijk bij aije? De f van j'ai is je geworden. Zeer natuurlijk,
want nu staat je niet meer vóór een' klinker, maar komt achteraan.
Ook merkt gij wel op, dat er tusschen ai en je, en tusschen as
en tu een klein dwarsstreepje staat. Zulk een dwarsstreepje heet
tiret, ook wel trait d'union.
Dat dwarsstreepje of tiret zet men altijd, als 't werkwoord vóór
't voornaamwoord komt, dus altijd in den vragenden vorm.
Ik zal den tegenw. tijd eens geheel voor u in den vragenden
vorm nederschrijven, dan kunt ge zelf uwe opmerkingen maken. Ik
heb u ook nog wat te zeggen.
heb ik? aije?
hebt gij? as-tu?
heeft hij? a-t-il?
heeft zij ? a-t-elie ?
heeft men? a-t-on?
hebben wij ? avons-nous ?
hebt gij ? avez-vous ?
hebben zij (mannen) ? ont-ils ?
hebben zij (vrouwen)? ont-elles?
Bij a-t-il? a-t-elle? a-t-on? vindt gij een t tusschen a en il, a en
elle, a en on geplaatst. De letter t is er voor de welluidendheid