Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
124.
N'étais-je pas?
Was ik niet?
Ne fiis-je pas?
Was ik niet?
N'ai-je pas été?
Imparfait.
J'étais, etc. Je n'étais pas. Étais-je?
Ik was, enz. Ik was niet. Was ik?
Passé défini.
Je fus, etc. Je ne fus pas. Fus-je?
Ik was, enz. Ik was niet. Was ik?
Passé indéfini.
J'ai été, etc. Je n'ai pas été, Ai-je été?
Ik ben geweest. Ik ben niet ge- Ben ik geweest? Ben ik niet ge-
enz. weest. weest ?
Plus-que-parfait.
J'avais été, etc. Je n'avais pas été. Avais-je été? N'avais-je pasété?
Ik was geweest, Ik was niet ge Was ik geweest? Was ik niet ge-
enz. weest. weest?
Parfait antérieur.
J'eus été, etc. Je n'eus pas été. Eus-je été? N'eus-je pas été?
Ik was geweest, Ik was niet ge- Was ik geweest? Was ik niet ge-
enz.
weest ?
weest.
Futur.
Je serai, etc. Je ne serai pas. Serai-je?
Ik zal zijn, enz. Ik zal niet zijn. Zal ik zijn?
Conditionnel.
Je serais, etc. Je ne serais pas. Serais-je?
Ik zou zijn, enz. Ik zou niet zijn. Zou ik zijn?
De leerling vuile aan wat aan bovenstaande vervoeging ontbreekt.
Wij hebben slechts den len pers. des enkelvouds opgegeven, om
plaats te winnen.
Ne serai-je pas?
Zal ik niet zijn?
Ne serais-je pas?
Zou ik niet zijn?
V. OEFENINGEN.
Oef. a. Vervoeg het werkw. Avoir, zeggend, gevolgd door een
zelfst. naamw. met een bepalend lidwoord er voor.