Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74 het KIND, ten AANZIEN ZIJNER '
Nu, zeiden de Ouders, htt verblijdt oh:
zeer, dat wij zulk eene brave dochter hebben,
die ook door andere lieden geprezen wordt.
Waarlijk, gij hebt dut reden u te verheugen.
Dat gij zulk een^ hoogen graad van vreugde
gevoelt, is reeds eene fchoone belooning. De
yreugde des geest-es en des harten is meer
waardig, dan al het andere in ds wtreld. Draag
zorg, die blijdfchap nimmer te verliezen. T^er-
vul te dien einde getrouwelijk uwe pligten; wees
deugdzaam en Godvruchtig,
a. treurigheid.
Op de fchool, waar willem leerde, waren twee
jongens, de zonen van een' Officier, die zich
zeer wild, moedwillig en onbezonnen gedroe-
gen. Zij hadden eene kleine pistool, en na-
men ze mede naar de fchool. Zij gingen
vroeg daarhenen, en vonden er nog niemand
dan WILLEM. Deze was toenmaals een
knaapje van aeht jaren; doch wegens zijne
leerzaamheid en vlijt muntte hij boven zijne
makkers uit. De pistool was geladen, en nu
wilden de kwade jongens, dat willem dezel-
ve zoude affchieten. Hij deed het ook, en het
gaf een' geweldigen flag. De Meester kwam
daarop fchielijk aanloopen. Gij, onvoorzigtige
jongen! zeidé hij, gij zult uwe draf niet ont-
gaan! Ga op de achterfte plaats der fchool
zitten, en reken niet langer op mijnesgenegen-
heid, totdat gij u ve'teterd zult hebben. Wil-
,LEM fmeekte, bad en was ontroostbaar. Hij
zou her zeker nimmer weder doen, zeide hij.
Dat kan niet baten, antwoordde de Meester;
de moed'Vil moét geflraft worden. Treurig,
en met weenend'e oogen, kwam willem te
* huis.