Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
68 het KIND, tim AANZIEN ZIJNER
lerliefst hondje mede, en was zeer verblijd.
HoG komt gij aan dat hondje? vroeg zijn Va-
der. Dat zal ik u zeggen. Vader! was het
antwoord. In den tuin waren verfcheidene
jonge knapen; deze mishandelden dit hondje,
en wierpen het eindelijk in den vijver. Zij
lachten over dit hun wreed bedrijf. Eindelijk
gingen zij henen. Ik naderde den vijver, ên
hoorde het hordje huilen. Ik bukte voorover,
en zag hoe het met zijne voorite pootjes aan
den muur krabde, en zoo vermoeid was, dat
het niet langer zwemmen kon. Ik beklaagde
bet arme dier; en daar het water hoog ftond ,
beproefde ik, hetzelve uit het water tc hel-
pen, en alzoo te redden. Na veel moeite ge-
lukte mij dit. Toen verheugde ik mij harte-
lijk. Ik was eerst niet voornemens, het mede
të nemen; doch, wat ik ook dede, het wilde
mi) niet verlaten.
"Dit bevalt mij in u, zeide de Vader. Hij,
die eenig fchepfel van den dood redt, doet al-
tijd wèl; en die iets goeds bedrijft, is altijd
voldaan en verheugd. Hij, die tegen zich zel-
ven zeggen kan: Gij hebt uwen p igt betracht,
ondervindt fteeds eene inreflijke tevredenheid.
Zijt gij nu reeds zoo blijde wegens het redden
van een dier, welk eene vreugde zoude dan
V)we ziel niet ondervinden, wanneer gij eers
een' mensch van den dood, of uit eene'groote
ongelegenheid, kondet redden!
Die de inrpraak volgt van zijo gemoed.
Zoo overredend en zoo zoet,
Geniet eene onvervalschte vreugd,
£a wordt deer 't kalmst gcjecl -rerbei^d.
9. HXT