Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZIELSKRACHTEN. Roofdfl. IIL 67
zand. Men moet zich altijd iets onaangenaams
laten 'welgevallen ^ wnneer men er in het psr-
volg nut van trekt,
7. ONDERSCHEIDING VAN OOED EN ICWAAD.
karel gin;; met zijne zusror naar fchool.
Onderweg onnnoecccn zij eene arme vrouw;
zij was oud en ging mèc een krukje, zeer
gebukc en langzaam; daarenboven was zij
krank; men hoorde dit aan haar kugchen. Ik
wil deze arme vrouw een oordje jjevt n, zeide
KARFX. Behoud liever uw geld, hernam zijne
zuster; wac gaat u die arme vrouw aan? wg
kennen haar zelfs niec eens. karel f^af tea
antwoord: ik doe er toch iets goeds mede ;
liep naar de vrouw toe, en gaf haar het
oordje.
Die zag een voornaam Heer uit zijn ven-
fter. Hecgenc kakel deed, had hem beval-
len. Hy riep hem bij zich. Hoor, kleine! zei-
de hij, gij zijt een brave jongen, gy hebt die
arme vrouw goed gedaan. Hier hèbc gy uw
geld weder. En nu wilde de Heer hem eene
geheele hand vol duiten geven. Doch karei,
zeide: iMijnheer! dit neem ik niet aan. Wan-
neer gij mij het geld wedergeeft, zoo hebt
gij de vrouw «oed gedaan, en niet en
daarmede liep hij henen.
8. het goed ge weten. ,
Willem was een knaapje van acht jaren.
Eens was hij, op eenen zondag, in een* open-
baren tuin gegaan, alwaar ieder, die zich
ibl en behoorlijk gedroeg, trij wandelen mogt.
Toen willem nu, tegen den avond, uic dien
tuin, weder te huis kwam, bragt hij een ai-
E 1 Ier-