Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZlELS«iRACHTEN. Hoofdjl. 111. ög
Vader lachte hartelijk. Ja! het is wel waar,
zeide het meisje, zeer ernllig. Wij zullen
het gaan zien , zeide de Vader. Loop henen
en roep ook uwen broeder lodewijk. Intus-
fchen kwamen de dieren voor het huis. Ziet gij
nu wel, Vader! riep carouna, dat ik het wél
heb gehad? Kijk eens, broeder! dat wonder-
lijke kind ! Hebt gij ooit zulk een wicht
geaien? Hoor eens, Vader! zeide lodewijk,
dat zou een kind zija; wat carolientje niet
ai praat! Maar, heeft uw zusje het dan zoo
mis, vroeg de Vader: zeg mij eens, is het
dan niet zoo? Wel, Vader! dit fchepfel heeft
van achteren een' Haart, en dien hebben de
kinderen niet; het heeft haren over het geheels
ligchaam, en verfchilt over, het geheel veel
van de gedaante van een kind. Nu, caro-
lientje ! zeide de Vader, wat hebc gij hier-
tegen in te brengen? Maar wat is het dan ,
vroeg het meisje; het ziet er toch bijna uit
als een mensch? Uw broeder heeft gelijk,
hernam de Leeraar. Het is een dier, dat men
aa/> noemt. Het gelijkt zeker wel wat naar
een' mensch. Evenwei wanneer gij dezen aap
met een' mensch vergeleken, en in aanmer-
king genomen hadt, waarin hij van den menscti
verfchilt, zoo hadt gij weldra, even als uw broe-
der , het befluit opgemaakt, dat hij wel degelijk
een dier was, en dus geen mensch of kind kon
zijn. Wanneer gij, in iet vervolg, weder iets
ziet, dat gij nog niet gezien hebt; en dat
eenige overeenkomst heeft met iets, dat gij
kent, zoo moet gij het onbekende met het
bekende eerst vergelijken, ten einde geheel
verfchillende zaken niet met elkander te ver-
warren.
£ 6. OM-