Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DIEREN EN PLANTEN. Hoofdfi. IL 47
men verfcheidene nuttige dingen. De meeste
derzelve leven van vleesch, en men noemt
hen Amphibien y of tweeflachtige dieren.
De vijfde klasfe bevat de Infekten^ of gekor-
vene diertjes. Derzelver foorten zijn ontel-
baar. Men kent hen aan de vele voeten, daar
zy er ten minlle zes hebben, en hunne voel'
horens aan den kop.. Zij hebben geene been-
deren, geene graten en geen bloed; dit laat-
fte wordt bij hen door zeker wit fap vervan-
gen. Hunne ligchamen hebben ontelbare lucht-
gaatjes, door welk middd zij 'de lucht in-
trekken. Kop, borst en achterlijf zijn bij
deze dieren merkelijk onderfcheidén, en zijn
aan elkander gehecht met een klein buisje.
Zij leggen eijeren. Uit deze eijeren komen,
bij de meeste, wormpjes of rupfen voort ,
welke men iarven of maskers noemt. Wanneer
deze groot genoeg zijn, fpinnen zy zich in,
en leven Gapende; in dezen toeftand noemc
men dezelve poppen. Na eenigen tijd dooreet
of doorboort de pop haar omkleedfel, en als-
dan komt er een gevleugeld dier te voor-
fchijn, waarin deze pop veranderd is, en welk
dier men vlinder noemt. Eenige der infekten
hebben hoornachtige vleugelén. Sommige zijn
den mensch blijkbaar van dienst; doch de
meeste zijn hem Ichijnbaar nadeelig. Over
het algemeen zijn zij klein. Er zyn millioe-
nen van dezelve, wélke men met het bloote
oog niet zien kan, en die men alleen door
middel van vergrootglazen befchouwt.
Eindelijk, tot de zesde klasfe behooren de
Wormen. Zij leven deels in het water, deels
in dc aarde, deels in de ligchamen van andere
dieren. Zy voeden zich met dieren, planten
of