Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
36 hit KIND, in zijk GEDRAG JEGENS
heef bier was. Hij hield zich heven aan dffi
rand met ae handen vast 3 zoodat Kei niet zijn
ge hes Ie Hgchsam, maar echter zijne heenen
dermate yerbrandden , dat hij niet gaan konde
in naar huis moest gedragen worden. Hier lag
hij nu, en gej>otlde eene onbefchrijfelijke finarte.
De buren hoorden het gebrul, dat hem zijn lijden
afpersig. Op éénmaal bemerkte men, dat hij,
naar het jcheen, zetr nadenkend was en nadat
hij een half uur in fiilte had gelegen , verlangde
htj eenen Leeraar te fpreken. Zijn wensch werd
dadelijk vervuld. Toen de Leeraar kwam , zeide
ROMMiNG in de grootjie vertwijfeling hit vol'
gende :
,, Ik hih zonden begaan, Mijnheer! die ik
nimmer weder kan gotd maken. Ik heb zoo veel
duizend dieren dood gemarteld, zonder zelfs het
geringfle mededoogen te ondervinden. Doch nu
gevoel ik aan mijn eigen Ugchaam, welk een
7nönfler ik gmeest ben. uich! geef mij raad,
Mijnheer! geef mij raad, hoe ik al die gru-
welen weder zal goed maken. Ware ik een
dief, een eerlooze, een brandftichter geweest,
zoo kon ik welligt de veroorzaakte fchadt
weder te regt bréngen; doch hoe flechts één
éénig leven van zoo vele duizenden, welke door
mij zijn omgehragt, weder te pven? Welkeen»
vergoeding z'il ik aan de ligchamen van zoo
vele vermoorde dieren doen ? Arh! waar zal ik
.f>nj wetidin? iet tot God, want ik ben Hem
Wfderfpanri^g geweest; ik heb de werken ver-
fioori, die docr zijne ma^t en. wijsheid zoo
fchoon zijn daarge/teld; tk veerde krijg te-
gen zijne fchepfelen ; ik mishandelde dezelve,
en zij laadden .mij toch 'nimm'-r beleedigdj ik
vtrniéldi hen, eti hun dood bragt mij geen
het