Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
n het KIND, ]n zijn GEDRAG
oortje geeft, anders niet. Zij hielp haar ook
niet eerder op» voordat zij haar een oortje
beloofd had.
Een kind, dat vriendelijk, dienstvaardig,
En onbaatzuchtig 'zich gedraagt > .
Is ieders liefde en aehtin? waardig;
Men helpt dat ook, wanneer 't iets vraagt.
3. wellevendheid en lompheid.
De Schoolleeraar hofman had vcrfcheidenc
kinderen. Zij waren alle wel opgevoed,
voornamelijk jprees elk hunne wellevendheid
en aardigheid. Voor een' ieder namen zij
hunnen hóed af, groetten hem, en gaven hcrn
behoorlijk antwoord op zijne vragen. Van-
da;>r, dat deze kinderen alle zeer gcacht en
gezien waren.
Dc kinderen zyns buurmans wareii juist in al-
les het tegengeftelde. Op ftraat of op weg groet-
ten zij niemand, hij mogt ook nog zoo oud
of aanzienlijk zijn. Kwamen zij bij iemand
in huis, cii zouden zij eene boodfchap voor
hunne ouders doen, dan namen zij den hoed
niet af, en groetten ook niet. Zij zeiden alleen
hetgene hunne ouders begeerden. Vroeg men
hun iets, dan zwegen zg ftil, of lachten, of
antwoordden op zyn hoogst met ja of neen,
leder noemde hen ezels of vlegels. Toen zij groot
werden, waren zij nog even zoo lomp; waar-
om ook niemand omgang met hen hebben wilde.
Wellevendheid doet ons beminnen;
Zij maakt'de zamenleving zoet;
Zij kan ons aller harten winnen ;
Zij is 't, die gunst en achiing voedt.
III.