Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
47- — PAULUS' TWEEDE ZENDINGSREIS.
(Hand. 15 : 30—18 : 22.)
Van Jeruzalem kwamen Judas en Silas met Paulus en Barnabas
mede te Antiochie. De eerste keerde echter spoedig terug. Na eenige
dagen wilde Paulus weer met Barnabas op reis gaan, om de door hen
gestichte gemeenten te bezoeken. Barnabas wilde Johannes Marcus
medenemen, maar, daar Paulus zich hiertegen verzette en er ver-
bittering tusschen hen ontstond, gingen deze beiden naar Cyprus.
Paulus echter ging met Silas op reis. Door Syrië en Silicie gingen zij
naar Lystre en Derbe. Te Lystre vonden zij Timotheus, dien Paulus
ook medenam op zijne reis. Door Frygie, Galatië en Mysie gingen zij
naar Troas. Daar zag Paulus op een nacht in een gezicht een Macedo-
nisch man, die hem bad: Kom over in Macedonië en help ons. Hij
zag daarin eene roepstem des Heeren, om ook naar Europa te gaan.
De eerste stad van Macedonië, waar hij kwam, was Filippi, waar
hij ettelijke dagen bleef. Hij en zijne reisgenooten vonden daar een
tehuis bij eene purperverkoopster Lydia, die door de prediking van
Paulus geloovig geworden en daarna gedoopt was. Telkens riep daar
eene slavin, die door waarzeggerijen haren meesters veel voordeel
aanbracht, hen na, dat zij dienstknechten des Allerhoogsten Gods
waren die den weg der zaligheid verkondigden. Paulus genas haar
van den boozen geest, die over haar heerschte; maar nu werden hare
meesters, die daardoor schade leden, zoo toornig, dat zij Paulus en
Silas voor de oversten der stad aanklaagden van het maken van
oproer. Zij werden toen, daar ook het volk tegen hen opstond, gegee-
seld en in de gevangenis geworpen. Te middernacht baden Paulus
en Silas en zongen zij psalmen, toen er plotseling eene aardbeving
geschiedde. Alle deuren der gevangenis werden geopend en aller
banden werden los. De gevangenbewaarder wilde zich zeiven dooden,
daar hij meende, dat de gevangenen ontvlucht waren, maar hij
werd door Paulus hierin verhinderd. Alles maakte zulk een indruk
op hem, dat hij naar Paulus' prediking luisterde en zich met zijn
huisgezin liet doopen. Den volgenden morgen wilde men hen los-
laten, maar Paulus eischte, als Romeinsch burger, dat men hen
eervol ontslaan zou, daar men hen onverhoord gegeeseld had. —
Zij gingen nu naar Thessalonica, waar zij bij een zekeren Jason
huisvesting vonden. Van hier vluchtten zij voor de Joden naar Beréa,
van waar Paulus alleen weer, om aan de Joden te ontkomen, naar
Athene gezonden werd. Daar predikte hij op den Areopagus en ver-
kondigde den onbekenden God, aan wien te Athene een altaar ge-
wijd was. Ook hier werden sommigen geloovig, zooals Dionysius
de Areopagiet, en eene vrouw Dam ar is. Vervolgens ging hij naar
Corinthe, waar Silas en Timótheüs weer bij hem kwamen. Hij bleef
hier meer dan i'/^ jaar, sloot vriendschap met een echtpaar, Aquila
en Priscilla, en bracht velen tot het geloof in Christus. Daarna ging
hij over Eféze naar Jeruzalem en vervolgens terug naar Antiochie. —
Efez. 4:31; I Thess. 5 : 12; i Cor. 16 : 13.---Ps. 67 : 2; Gez. 51:5; Ps. 42 : 5.