Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
44- — DE jeruzalemsche GEMEENTE.
(Hand. 3—8.)
De toestand der Jeruzalemsche gemeente was in de eerste dagen
na het Pinksterfeest buitengewoon heerlijk. Men leefde in dagelijksch
gebed en in broederlijke liefde en in trouwe gemeenschap met elkan-
der. Men had alle dingen gemeen. Die goederen bezaten, verkochten
deze en van de opbrengst kreeg elk wat hij noodig had. Dagelijks
deed de Heer toe tot de gemeente die zalig werden. Ook geschied-
den door de apostelen vele wonderen en teekenen. — Petrus en
Johannes genazen eens in den naam van Jezus Christus een man,
die van zijne geboorte af kreupel was en aan de Schoone-poort des
tempels te bedelen zat. Deze genezing vervulde allen met verbazing.
Petrus begon toen tot hen te spreken van Jezus Christus, die ook
hen zegenen wilde, daarin, dat Hij een iegelijk van hen afkeerde
van zijne boosheid. Deze prediking had ten gevolge, dat er 5000
mannen geloofden. — De priesters waren echter zeer toornig daar-
over en lieten Petrus en Johannes gevangen nemen. — Den vol-
genden dag, door den Joodschen Raad ondervraagd, verklaarde
Petrus, dat de kreupele in den naam van Jezus Christus genezen
was. Zonder vrees eindigde hij met de woorden: En de zaligheid
is in geenen andereti, want er is ook onder den hemel geeti andere
naatn, die onder de menschen gegeven is, door welken wij moeten
zalig worden. Men verbood hun nu, verder in den naam van Jezus
te spreken en te leeren, maar zij weigerden hieraan te voldoen,
omdat men Gode meer moet gehoorzamen dan den menschen. —
Als afschrikkend voorbeeld werkte de plotselinge dood van Anani'as
en zijne vrouw Saffi'ra, die wegens geveinsdheid en leugen door
God daarmede gestraft werden. — Maar ook bijzonder zegenend
werkte de Heer. Vele kranken werden door de apostelen, en vooral
door Petrus, genezen, terwijl zij, toen zij eens in de gevangenis
geworpen waren, door een Engel verlost werden. Later is dit met
Petrus nog eens geschied. — In die dagen werden er op voorstel
der apostelen zeven mannen gekozen, die meer bijzonder de zorg
voor de armen op zich nemen zouden. Deze mannen, diakenen
genoemd, waren Stéfanus, Filippus, Próchorus, Nicanor,
Timon, Parmenas en Nicolaüs. De eerste twee zijn het meest
bekend. Stéfanus was namelijk de eerste martelaar. Hij werd te Jeru-
zalem gesteenigd. Biddend voor zijne moordenaren stierf hij. — Ter-
wijl de Jeruzalemsche gemeente toenam, gingen velen, tengevolge
van den "tegenstand, het land door, overal predikende. Ook Filippus
ging naar Samaria, waar hij Christus predikte, de kranken genas
en velen tot het geloof bracht. Ook hij is het middel geweest, dat
op den weg van Jeruzalem naar Gaza een kamerling uit Moorenland
tot het geloof in Christus kwam. Deze werd toen door hem gedoopt
en reisde verder zijnen weg met blijdschap. — i Petr. i : 22; Joh. 14; 12;
Matth. 5 : 10.--Gez. 69 : i, 2; Ps. 125 : i; Gez. 151 : 5, 6.