Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
43- — DE UITSTORTING DES HEILIGEN GEESTES.
(Hand, i : 13—2 : 47.)
Na 's Heeren hemelvaart bleven zijne apostelen te Jeruzalem.
Met Maria, de moeder van Jezus, en zijne broeders, die nu ook
in Hem geloofden, waren zij eendrachtelijk volhardende in het
bidden en smeeken. Zij hielden zich meestal op in een der neven-
gebouwen van den tempel. Ook voegden zich wel andere discipelen
bij hen. Eens, toen er ongeveer 125 discipelen bijeen waren, deed
Petrus het voorstel, in de plaats van Judas een ander tot apostel
te kiezen. Er werden nu twee personen genoemd, nl. Jozef Bar-
sabas, bijgenaamd Justus, en Matthias. Na ernstig gebed werd
het lot geworpen en Matthias met algemeene toestemming tot apostel
gekozen. — Op den dag van het Pinksterfeest, tien dagen na
's Heeren hemelvaart, waren de discipelen weer samengekomen en
allen eendrachtig bijeen. Toen geschiedde er haastelijk uit den hemel
een geluid, gelijk als van eenen geweldigen, gedrevenen wind, en
vervulde het geheele huis, waar zij zaten. En van hen werden
gezien verdeelde tongen, als van vuur, en het zat op een iegelijk
van hen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest en
begonnen te spreken met andere talen, zooals de Geest hun gaf
uit te spreken. De belofte des Heeren was dus vervuld en daaruit
bleek, dat men ook verder op Hem vertrouwen kon. — Er waren
toen ter tijd vele Joden uit allerlei landen te Jeruzalem, die daar-
heen gegaan waren om het feest te vieren. In allerijl kwamen dezen
nu toeloopen en zij verwonderden zich niet weinig, toen zij de
apostelen in vreemde talen de groote werken Gods hoorden ver-
kondigen. Verbaasd vroegen zij dan ook: Zijn niet alle dezen, die
daar spreken, Galileers? En hoe hooren wij hen, een iegelijk in
zijne eigene taal, in welke wij geboren zijn? Anderen zeiden echter
spottende: Zij zijn vol zoeten wijns. Toen stond Petrus op en ver-
klaarde, dat zij niet dronken waren, het was immers nog maar
de derde ure van den dag (negen uur in den morgen), maar dat
nu geschied was, het geen Joêl reeds had voorspeld, dat God Zijnen
Geest zou uitstorten over alle vleesch. Verder begon Petrus van
Jezus te getuigen, die door de wonderen, welke Hij gedaan had,
bewezen had, door God gezonden te zijn, die gedood, maar door
God opgewekt was, waarvan zijne apostelen getuigen waren, en
die, aan Gods rechterhand verhoogd, nu, gelijk zij zagen, den
Heiligen Geest had uitgestort. Gansch Israel moest nu weten, dat
God dezen gekruisigden Jezus tot een Heer en Christus gemaakt
had. — Nu vroegen velen, verslagen zijnde: Wat zullen wij doen ?
Petrus antwoordde hun: Bekeert u, en een iegelijk van u worde
gedoopt in den naam van Jezus Christus, , tot vergeving der zonderi;
en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. — Dien dag wer-
den er ongeveer 3000 gedoopt. — Joh. 16 ; 7; Efez. 4: 30; Rom. 8:15.---
Ps. 72 : 2; Gez. 2 : 4; Ps. 86 : 5.