Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
41. — VERSCHIJNINGEN AAN DE DISCIPELEN.
(Mare. 16 : 14—18; Luk. 24 : 33—49; Joh. 20 : 19—21 : 24; i Cor. 15 : 4—7.
Aan den avond van dienzelfden eersten dag der week waren de
elve, met eenige andere discipelen, te Jeruzalem bijeen. Uit vrees
voor de Joden hadden zij de deuren gesloten. Zij wisten reeds, dat
de Heer was opgestaan. De vrouwen hadden het hun gezegd. Ook
Petrus had Hem gezien. Bovendien werden zij er nog zekerder van
door de komst der Emmaüsgangers, die hun hunne ontmoeting met
Jezus verhaalden. Één der apostelen, nl. Thomas, was echter niet
bij hen. — Terwijl zij over deze dingen spraken, stond de Heer
plotseling in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij ulieden 1
Door het onverwachte van deze verschijning verschrikt, meenden
zij een geest te zien. Jezus wees hen echter op Zijne handen en
voeten. Een geest toch had geen vleesch en beenen, gelijk Hij.
Van blijdschap konden zij haast nog niet gelooven, dat Hij het
was. Nadat Hij nu iets gegeten had, herinnerde Hij hun, dat alles,
wat er nu met Hem was geschied, reeds in de Schriften voorzegd
was. Vervolgens gaf Hij hun bevel, om overal, beginnende van
Jeruzalem, deze dingen bekend te maken. Gaat heen — zeide Hij —
in de geheele waereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen.
Daarna blies Hij op hen, zeggende: Ontvangt den Heiligen Geest!
en verleende hun de macht om iemand de zonden te vergeven. -—•
De discipelen verhaalden aan Thomas, dat zij den Heer gezien
hadden. Deze kon echter niet gelooven, dat Jezus was opgewekt.
Hij wilde zich eerst er van overtuigen, door zijnen vinger te ste-
ken in de wonden des Heeren. Toen nu, na acht dagen, de disci-
pelen weer bijeen waren, was Thomas met hen. Ook nu verscheen
de Heer plotseling, met de woorden: Vrede zij ulieden! Daarna
zeide Hij tot Thomas: Breng uwen vinger hier e7i zie inijne handen,
en breng uwe hand en steek ze in mijne zijde, efi wees niet ongeloo-
vig, maar geloovig. Toen was Thomas overtuigd. Geloovig zeide Hij
nu tot Jezus: Mij^i Beer en mijti God. De Heer verklaarde toen
hen zalig, die, zonder Hem te zien, toch gelooven zouden. —
Later openbaarde zich de Heer aan zeven der apostelen, die op de
zee van Galiléa waren gaan visschen. Hij stond aan den oever en
op Zijn bevel wierpen zij het net uit en vingen zeer veel. Johannes
herkende den Heer hieraan en Petrus sprong toen terstond in zee
naar Jezus toe, terwijl de anderen met het schip volgden. Toen zij
met elkander het middagmaal gehouden hadden, vroeg de Heer tot
driemalen toe aan Petrus, of hij Hem liefhad. Telkens antwoordde
Petrus daarop, dat de Heer wist, dat bij Hem liefhad. Jezus zeide:
Weid mijne lammeren; hoed mijne schapen; weid mijne schapen.
Toen voorspelde Hij hem, dat hij eens den marteldood zou sterven. —
De Heer is ook verschenen aan Jacobus en eens aan meer dan 500
zijner discipelen tegelijk. — Rom. 5:1; Luk. 24 : 46, 47; Joh. 20 : 29.--
P.s. 134; Gez 142 : 3, 4; Ps. 118 : 9.