Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26 ■
26. — DE REIS DOOR SAMARIA.
(Joh. 7 : 2—lo; Luk. 9 : 51—62; 10 : i —16; 17 : 11—19.)
De verheerlijking op den berg had plaats gehad in Galiléa. Toen
nu weldra het Loofhuttenfeest nabij was, spoorden Zijne broeders,
die nog niet in Hem geloofden, Jezus aan, om naar Jeruzalem te
gaan, en ook in Judéa Zijne teekenen te doen. De Heer weigerde
echter, terstond met hen te gaan. Eerst toen zij vertrokken waren,
ging Hij ook op tot het feest, niet met de groote menigte, maar
alleen met zijne discipelen. Hij nam den kortsten vveg, nl. door
Samaria. — In een vlek der Samaritanen wilde men Hem niet her-
bergen, omdat men uit Zijn reizen naar Jeruzalem bemerkte, dat Hij
een Jood was. Jacobus en Johannes wilden toen, dat er vuur uit
den hemel zou nederdalen om, tot straf, die menschen te verteeren.
Jezus bestrafte hen echter en zeide tot hen: De Zooti des viensehen
is niet gekomen 07n der tnenschen zieleri te verderven, tnaar om te
behouden. Zoo waarschuwde Hij voor het nemen van wraak en prees
in Zijn eigen voorbeeld het bewijzen van liefde aan. — Op deze reis
kwam iemand tot Jezus, die zeide, dat hij Hem overal volgen wilde.
De Heer wees hem op het moeielijke daarvan, door tot hem te zeg-
gen : De vossen hebben holen en de vogelen des hemels 7iesten, maar
de Zoon des menschen heeft niets, waar Hij het hoofd neder legge.
Twee anderen wees de Heer er op, dat zij, om Hem te volgen, dade-
lijk, het besluit daartoe behoorden te nemen, en al wat hen daarin ver-
hinderde, loslaten moesten. De Heer stelde altijd op den voorgrond,
dat wie Hem volgen wil, zich zeiven verloochenen moet. — Na deze
ontmoetingen koos de Heer uit zijne discipelen 70 mannen, die Hij
twee aan twee uitzond. Zij moesten vóór Hem uitgaan, om overal
bekend te maken : ]let Kotiinkrijk Gods is nabij u gekomen. Ook gaf
Hij hun macht om de kranken te genezen. Zij gingen in Zijnen naam,
om eene Goddelijke boodschap te brengen; daarom zeide Jezus ook:
Wie u hoort, die hoort mij, en wie u verwerpt, die verwerpt mij,
en wie mij verwerpt. die verwerpt Dengene, die mij gezonden heeft.
Hieruit zien wij, dat wij, indien wij het evangelie niet aannemen.
God zeiven verwerpen. — Terwijl Jezus Zijne reis naar Jeruzalem
voortzette, ontmoetten Hem tien melaatschen. Deze menschen moch-
ten, wegens hunne afschuwelijke ziekte, niet dicht bij de gezonden
komen. Zij stonden dus van verre en riepen met luide stem: Jezus,
meester, ontferm U onzer. De Heer ontfermde zich toen over hen
en zeide, dat zij zich den priesteren vertoonen zouden, zooals de
wet voorschreef, dat zij, die genezen waren, doen moesten. En zie,
terwijl zij heengingen werden zij gezond. Van die tien kwam ech-
ter slechts één terug, nl. een Samaritaan, om Jezus te danken.
Over de ondankbaarheid der anderen werd de Heer toen bedroefd,
want zij gaven Gode de eer niet. Zijn wij den Heer dankbaar voor
alles, wat Hij voor ons heeft gedaan? — Spreuk. 24 : 29; Luk, 9 : 56;
I Thess. 5 : 18. —— Gez. 68 : 1, 2 : Ps. 2 : 6, 7; Gez. 63 : 5.