Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
h ......
17. — DE HOOFDMAN VAN KAPERNAÜM EN
DE JONGELIÏIG VAN NAÏN. ' • -•'a'clj
(Luk. 28.)'
Toen Jezus de bergrede had uit^fiV"!,"!! ;'"gi"g Hij_iin^Knpp
naüm. Daar woonde een Romeinsche hoofdman over honder37"3ïê%en
knecht had, van wien hij zeer veel hield. Deze knecht lag op zijn
sterven, en zijn meester zond, toen hij gehoord had, dat Jezus in de
stad was., de ouderlingen der Joden tot Hem, met het verzoek, dat
Hij wilde komen en zijnen dienstknecht gezond maken. Niet alleen
voldeden de ouderlingen gaarne aan zijn wensch, maar zij zeiden ook
tot Jezus : ZTy is waardig, dat Gij hem dat doet, want hij heeft ons
volk lief en heeft zelf ons de synagoge gebouwd. Toen Jezus nu
meeging en niet ver meer van zijn huis was, zond de hoofdman
eenige vrienden den Heer tegemoet. Hij was bevreesd, dat hij te
veel van den Heer had gevraagd. Uit zijnen naam moesten die
vrienden tot Jezus zeggen: IJeer! neetn de ?noeite niet, want ik
ben niet waardig, dat Gij onder 7nijn dak zoudt itiko7nen. Daarom
heb ik ook mij zeiven 7iict waardig geacht 07n tot U te ko7nen,
77iaar zeg het 7net ee7i woord en mij7i knecht zal behouden worden.
De hoofdman was dus nederig en geloofde ten volle in de macht
van Jezus. De Heer erkende dit ook, toen Hij tot de schare, die
Hem volgde, zeide: Ik zeg uliede7i, ik heb zoo groot ee7i geloof
zelfs i7i Isracl 7iiet gevoiiden. Hij voldeed daarom ook aan het verzoek
van den hoofdman, want toen de mannen, die door dezen afgezonden
waren, terugkwamen in het huis, vonden zij den knecht gezond. —
Den volgenden dag, toen Jezus naar de stad Naïn ging en reeds
dicht bij de poort was, ontmoette Hem een lijkstoet. De eenige zoon
eener weduwe werd uitgedragen. De moeder, vergezeld van eene
groote schare, volgde. Jezus, innig medelijden met haar hebbende,
zeide tot haar: Wee7i 7net. Daarna liet Hij de dragers stilstaan,
raakte de baar aan en sprak: fo/igeling, ik zeg u: sta op! En de
doode zat over einde en begon te spreken. Jezus gaf hem toen aan
zijne moeder. Dit alles vervulde de schare met eerbied, zoodat zij God
verheerlijkten, zeggende: groot profeet is 07ider ons opgestaan
€71 God heeft Zijn volk bezocht. — Al deze dingen werden alom
ruchtbaar en kwamen ook Johannes den Dooper ter oofen. Deze zond
toen twee zijner discipelen tot Jezus om Hem te vragen, of Hij de
beloofde aan de vaderen was of niet. Toen zij bij Jezus kwamen,
genas Hij juist vele kranken. Jezus wees op Zijne daden en zeide,
dat zij Johannes moesten boodschappen wat zij gezien hadden. Uit
Zijne werken bleek duidelijk genoeg, wie Hij was. En — voegde Hij
er aan toe — zalig is hij, die aan 7nij niet zal geCrgerd worden.
Toen de boden weggegaan waren, zeide de Heer tot het volk, dat
Johannes Zijn wegbereider en tevens de grootste profeet was, 7naar —
zeide Hij — de 7ninste i7i het koninkrijk Gods is 7neerder da7i hij. —
Rom. 10 : 12 ; Joh. 11 : 25 ; Luk. 7 : 23.--Ps. 145 : 6; Gez. 191 : i, 2 ; Ps. 89 : 8.
VAN VEEN, Bijb. Gesch. II 7e druk. 2