Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
12 — TE KAPERNACM.
(Marc. 1 : 16—2 : 14; Luk. 4 : 31—5 : 28.)
Nadat Hij te Nazareth uit de Synagoge geworpen was, vestigde
Jezus zich met der woon te Kapernaüm, van waar uit Hij het
omlipende land van Galiléa doorreisde. Op de sabbatdagen leerde
Hij in de Synagogen, zoowel te Kapernaüm als in de andere ste-
den. — p^ens bij het meer Gennésaret staande, drong de schare zoo
op Hem aan, dat Hij in het schip van Simon Petrus, die met
anderen aan het nettenspoelen was, gaan moest, om van het schip
af tot de menigte te spreken. Na afloop daarvan gaf Hij Simon last,
de netten uit te werpen. Hoewel deze en zijne vrienden den ge-
heelen nacht reeds gevischt hadden, zonder iets te vangen, gehoor-
zaamde hij toch. Hij ving toen zulk eene groote menigte visschen,
dat het net scheurde en zijne vrienden, die in een ander schip
waren, hem helpen moesten. Beide schepen werden zoo vol, dat
zij bijna zonken. Daarop viel Simon aanbiddend voor Jezus op de
knieën. De Heer zeide toen tot Hem en tot Andreas, Johannes en
Jacobus, die bij hem waren: Volgt mij na en ik zal maken, dat
gij visschers der menschen zult worden. — Toen Jezus weer te
Kapernaüm was gekomen, sprak Hij des Sabbats in de Synagoge
zóó, dat men zich verbaasde over Zijne leer, want Hij leerde hen
als machthebbende en niet als de schriftgeleerden. Het geschiedde
toen ook, dat er een mensch met een onreinen geest in de Syna-
goge kwam, die door Jezus terstond genezen werd. De Heer han-
delde dus ook als machthebbende en bezegelde Zijne leer door
Zijne daden. — Uit de Synagoge ging Jezus met Zijne vier disci-
pelen naar het huis van Simon en Andreas, waar Hij de schoon-
moeder van Simon van de koorts genas, zoodat zij opstond en Hem
diende. Het gerucht dezer beide genezingen had ten gevolge, dat
des avonds na zonsondergang vele kranken tot Hem gebracht wer-
den, die Hij allen genas, welke kwaal zij ook hadden. — Ook op
Zijn tocht door Galiléa, dat Hij predikende doortrok, hielp Hij tal
van zieken en wierp Hij de duivelen uit. Tot een melaatsche, die
voor Hem neerviel en riep: Indien gij wilt, gij kunt mij reinigen;
zeide Hij, vol innig medelijden Zijne hand uitstrekkende en hem
aanrakende: Ik wil, word gereinigd. Terstond week de "melaatsch-
heid van dezen man, die alom zijne genezing bekend maakte. —
Toen Jezus te Kapernaüm teruggekeerd was, werd een geraakte door
een gat in het dak juist voor den Heer nedergelaten, omdat men
hem, wegens het gedrang, niet door de deur kon binnenbrengen.
De Heer vergaf hem eerst de zonde, en toen sommigen zich hier-
over ergerden, genas Jezus hem, ten bewijze, dat Hij ook macht
had de zonden te vergeven. — Uit de stad weer naar de zee gaande,
riep de Heer een tollenaar, Levi, den zoon van Alfeüs, uit zijn
tolhuis om Hem te volgen. Deze gehoorzaamde en was van toen af
een Zijner discipelen. — Spreuk. 16 : 20; Jes. 59 : i; Luk. 9 • 23.--
Gez. 43 : 6; Ps. 68 : 10; Gez. 36 : 3.