Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
O
6. — JOHANNES DE DOOPER.
(Luk I : 5—25, 57—80; Matth. 3 : i—12; Mark. 6 : 14—29.)
Een half jaar ongeveer vóór Jezus was Johannes, de zoon van
Zacharias en Elisabeth, geboren. Zijne ouders waren streng gods-
dienstige menschen. Zij hadden eerst geen kind. Nu moest Zacha-
rias, die priester was, eens den dienst waarnemen in den tempel.
Hij zou juist het reukoffer in het Heilige offeren, terwijl het volk
in den voorhof bad, toen hem een Engel verscheen, die hem
mededeelde, dat Elizabeth moeder zou worden van een zoon, die
Johannes moest heeten. Dit kind zou groot zijn voor den Heer,
met den Heiligen Geest vervuld worden en velen bekeeren tot den
Heer hunnen God. Ook mocht het geen wijn noch sterken drank
drinken. Dat was een teeken der toewijding aan den Heer. Zoo
iemand noemde men een Nazireer. — Zacharias kon niet gelooven,
wat de Engel Gabriel hem zeide en begeerde een teeken. Toen werd
hem gezegd, dat hij stom zou zijn totdat zijn zoon geboren zou
worden. De belofte werd echter vervuld. De familie wilde het kind
Zacharias noemen, maar Elisabeth zei, dat hij Johannes moest heeten.
Toen men nu den vader vroeg, schreef deze: Johannes is zijn naam.
Van datzelfde oogenblik af kon hij weer spreken. Op zijne gehoor-
zaamheid kreeg hij dus de spraak terug, die hij door ongeloof ver-
loren had. Het eerste', wat Zacharias nu deed, was in een lofzang
God verheerlijken en het kindeke zegenen. — Toen Johannes groot
geworden was begon hij, op Gods bevel, te prediken en de menschen
op te wekken tot bekeering. Die zich bekeerden werden door hem
gedoopt in de Jordaan. Daarom wordt hij de Dooper genoemd. In
zijne prediking wees hij ook op den Christus, die komen en met den
Heiligen Geest doopen zou, wien hij niet waardig was den riem van
Zijne schoenen te ontbinden. Geheel zijn optreden diende om den
weg voor Jezus te bereiden. — Johannes was zeer streng in het
bestraffen van zonden en ontzag daarbij geen mensch. Zoo bestrafte
hij ook Herodes, die zich aan groote zonde schuldig gemaakt had,
door Herodias, de vrouw van zijn nog levenden broeder Filippus,
te trouwen. Herodias was hierover zóó vertoornd, dat zij Herodes
wist te bewegen, Johannes in de gevangenis te werpen. Toen nu
Herodes eens op zijn verjaardag een maaltijd gaf, danste het doch-
tertje van Herodias. Dit behaagde zeer aan alle gasten, zoodat
Herodes haar aanbood, dat zij mocht vragen wat zij wilde en hij
zou het haar geven. Op aanraden van hare moeder vroeg zij toen,
dat het hoofd van Johannes den Dooper haar op een schotel gebracht
zou worden. Dit verzoek was niet naar den zin van Herodes, die
echter uit valsche schaamte zijne verkeerde belofte niet durfde breken,
zoodat hij Johannes liet onthoofden. De discipelen van den Dooper
hebben hem toen begraven. — Later, toen Herodes van Jezus hoorde,
meende hij, dat Johannes van de dooden was opgestaan. Daarin
zien wij de kracht van het beschuldigend geweten. — Mal. 3:1;
Matth. 3:2,8; I.uk. 9 : 24.--Gez. 55 : 2; Ps. 32 : 3; Gez. 156 : 4.