Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
3- — SIMEON EN ANNA.
(Luk. 2 : 21—38.)
Toen het kind acht dagen oud was, ontving het, bij de besnij-
denis den naam Jezus, dien de Engel reeds vóór zijne geboorte
aan Maria genoemd had. Hoewel Jezus de zoon des Allerhoogsten
was, werd toch in alles met Hem naar de wet des Heeren gehan-
deld en was Hij aan die wet onderworpen. Op den veertigsten dag
na Zijne geboorte werd Hij daarom ook in den tempel aan den
Heer voorgesteld. De wet eischte namelijk, dat het eerste kind,
'twelk in een Joodsch huisgezin geboren werd, indien het een
zoon was, op den veertigsten dag na de geboorte in den tempel
gebracht moest worden, terwijl dan voor hem een lam van één
jaar oud en eene jonge duif of tortelduif geofferd moesten worden.
Waren de ouders evenwel arm, dan konden zij volstaan met het
offeren van twee jonge duiven of tortelduiven. Daar nu Jozef en
Maria tot het geringe volk behoorden, gaven zij, toen zij Jezus in
den tempel brachten, twee duiven tot eene offerande. — Te Jeru-
zalem leefde toen een grijsaard, Simeon genaamd, die rechtvaardig
en godvreezende was. Hij verwachtte de vertroosting Israels en had
van God de belofte ontvangen, dat hij niet sterven zou vóór hij
den Christus des Heeren, die aan de Vaderen beloofd was, gezien
had. Toen nu Jozef en Maria met Jezus in den tempel waren,
kwam Simeon daar ook, door den Geest derwaarts geleid. Verzekerd
£jnde, dat dit kind de gezalfde des Heeren was, nam hij het in
zijne armen, loofde God en zeide : Nu laat gij, Heer! uwen dienst-
knecht gaan in vrede, naar uw woord, want mijne oogen hebben
uwe zaligheid gezien, die gij bereid hebt voor het aangezicht van
al de volken, een licht tot verlichting der heidenen en tot heer-
lijkheid van uw volk Israel. Nadat hij zoo den Heer geprezen had,
wiens belofte aan hem vervuld was, zeide hij tot Maria: Zie, deze
wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een
teeken, dat wedersproken zal worden, opdat de gedachten uit vele
harten geopenbaard worden, en ook een zwaard zal door uwe eigene
ziel gaan. Hij bedoelde hiermede, dat Jezus voor velen ten zegen
zou zijn als hun Verlosser, maar dat anderen, door Hem te ver-
werpen , nog dieper in de zonde zouden verzinken, terwijl Maria
zelve later, als zij zag wat haar zoon moest ondergaan, bitter
lijden zou. — Tegelijk met Simeon was er ook in den tempel eene
oude vrouw van omtrent 84 jaren, Anna genaamd, eene profetes,
eene dochter van Fanuël, uit den stam Aser. Zij was eene zeer
trouwe bezoekster daarvan en diende den Heer aanhoudend met
vasten en bidden. Toen ook zij het kind zag, beleed zij den Heer,
die Zijne trouw nu toonde, en sprak van Jezus tot allen in Jeru-
zalem, die de verlossing verwachtten. — Simeon en Anna zijn
voorbeelden, die ons aansporen om altijd op God te vertrouwen
en in getrouwheid Hem te dienen. — Hand. 4 : 12; Luk. 2 : 34;
I Cor. 12 : 3.--Ps. 118 : I, Gez. 48 : 2, 3; Ps 119 : i.