Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2. ^ DE GEBOORTE VAN JEZUS.
(Luk. 2 : I—20.)
In die dagen had de Romeinsche keizer Augustus een bevel
uitgevaardigd, dat allen, die in zijn gebied woonden, beschreven
moesten worden. Ook in het Joodsche land had die beschrijving
dus plaats. Ieder moest nu gaan naar de plaats, vanwaar zijn
geslacht afkomstig was. Zoo gingen dan ook Jozef en Maria, die
beide uit Davids geslacht waren, van Nazareth, waar zij woonden,
naar Bethlehem, de stad, waar David geboren was. Zij konden
echter, toen zij daar kwamen, geene plaats meer krijgen in de
herberg, omdat er reeds vele vreemdelingen waren. Bovendien
waren zij te arm, om bijzondere onkosten te maken. Hun bleef dus
niets anders over, dan hun verblijf te nemen in den stal der her-
berg. Daar werd Jezus toen geboren en, nadat Hij in doeken ge-
wonden was, ter nedergelegd in de kribbe. Hulpbehoevend en arm
is de Heer dus ter waereld gekomen. Wij zouden het van den Zoon
des Allerhoogsten geheel anders verwacht hebben, maar Gods ge-
dachten zijn hooger dan onze gedachten. De Heer, die arm werd,
maakt ons rijk, als wij in Hem gelooven. — Dienzelfden nacht,
in welken Jezus geboren werd, waren er, dicht bij Bethlehem,
herders in het veld, die de wacht hielden over hunne kudde. Plot-
seling verscheen hun een Engel des Heeren en werd de plaats,
waar zij waren, door den glans, die van hem uitging, verlicht. De
herders werden daardoor zeer bevreesd, want zij wisten nog niet,
dat de Engel hun eene goede tijding kwam brengen. Deze zag
echter, dat zij schrokken en zeide tot hen: Vreest niet, want ziet
ik verkondig u groote blijdschap, die al den volke wezen zal,
namelijk dat u heden geboren is de zaligmaker, welke is Christus,
de Heer, in de stad Davids. En dit zal u het teeken zijn: gij zult
het kindeken vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe.
De Engel spoorde hen daardoor dus aan om het kind te zoeken,
en wees hun tevens den weg, om het te vinden. — Terwijl deze
Engel nog bij hen was, kwamen er tal van hemelsche wezens, die
God prezen en zeiden: Eere zij God in de hoogste hemelen, vrede
op aarde, in de 7netischen een welbehagen. — Nauwelijks waren
de Engelen weer heengegaan, of de herders, die geloofden wat
God hun had laten zeggen, haastten zich om naar Bethlehem te
gaan. Daar gekomen zijnde, vonden zij alles gelijk het hun gezegd
was. Zij maakten daarop alom bekend wat hun van dit kind was
medegedeeld, en allen, die het hoorden, verwonderden zich, terwijl
Maria al deze woorden bewaarde, die overleggende in haar hart. —
Toen de herders eindelijk naar hunne kudden terugkeerden, ver-
heerlijkten zij God over alles wat zij gehoord en gezien hadden.
Ook wij moeten altijd, vooral als God ons met iets zegent, Hem
verheerlijken. — Joh. 3 : 16; 2 Cor. 8:9; Luk. 2 : 14.--Gez 114 :
1—4; Ps. 22 : 14; Gez. 117.