Boekgegevens
Titel: Handbuch der modernen deutschen Prosaisten: mit biographisch-literarischen Erläuterungen
Auteur: Susan, Seligman
Uitgave: Harlem: Erben F. Bohn, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8459
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201995
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Duits, Schrijvers, Naslagwerken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handbuch der modernen deutschen Prosaisten: mit biographisch-literarischen Erläuterungen
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
^arflanber. (5. 80.
80. erinneren, aanmerken. 81. tetmeffen, toeschrijven, eê fei i^m
drflerltc^, dat het hem speet. 82. gcreijt, opgewekt, jutrdglif^, gunstig,
bevorderlijk zijn. Sïbfa^, hak. tcquem, gemakkelijk, lui. © 83. 3u9, peloton,
rügen, bedillen, jnm ©rbarmen, jammerlijk, slecht, ^elbtüebel, sergeant-majoor,
(g. 84. fc^u^riegeïn, leeren netjes zijn. Inilg. mif ten Ï)a6en, op iemand
gemunt, een hekel hebben, ^anbc, afjakker. alIenfaUfïge, in geval het noodig is,
de noodige. 85. Unter bem Stffen, bem Suber, bitter slecht, gefammelt, ber
daard. 86. ©aubere, fraaije. öer^unjt, verknoeid, beipflichten, toestemmen.
<B. 87. ©tanbre^t ^aben, voor den krijgsraad komen.
©u^foit) 87.
ïDer Dioman: ®ie 9litter vcm ©eifle 1851—59 erf^ienen, entt)äU einen
ferorbentlic^en 3ïeic^t^um »on (5^arafter- unb «Situationéjeit^nungen, nnb Ijat
qIö einer ber bebeutenbfien i^on aïïen bentfi^en 9ïomanen ba^ grapte 9(uffc^n
gemad^t. 87. Wngur, wigchelaar. 89. uerflärt, verheerlijkt. fat)renbe,
roerende. SDaibmann, jager. 90. rurffïc^tloé, niets sparend, ontziend.
Sllijlimmung, stemming. 91. ablehnen, bedanken, ^ageïtona, de vrouw van
"Wcrdeck. (gergeant ^einri^ iSanbrart, bienenb unter bem9)ïaiora®erberf. 'S. 92.
Sffiieferaine, smal pad langs de weide. 93. ïDer S^iu^eï cï to Dn 910 m iMU
unö bte religiöfen ^Streitigfeiten unfrer 3pit öor.— geuerf^Iöten, schoorstcenen.
mn^)lhaä) 95.
66. Äunbfc^after, spionnen. 98. S^ornifter, rantsel. 101. (^(^ul-
bigfeit, pligt. 102. Stnna (Sophie ^eglcff, befannt aïö: bte Sungfrau mx
Brünnen, ^at unter bem S'Jamen öon ^arï §einri^ ^uf^mann, im ^reupï-
f^en §eere, im fiebenjd^rigen Jïrieg gebieni.