Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Tweede stukje. Voorbereidingsklasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1892
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8447
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201989
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 51 —
boter; het vierde deel a f 1,20 en de rest a
/ 1,05. Hij doet die boter in vaten van 40 KG,
maar neemt daartoe telkens 10 KG van de
eerste en 30 KG van de tweede soort. Tegen
hoeveel moet hij het vat boter verkoopen om
in 't geheel f 230 te winnen ?
22. Bepaal het kleinste getal, dat bij deeling door 6,
8 en 12, telkens 2 tot rest laat.
23. Twee koeien en 5 schapen kosten samen f 375;
8 schapen en 2 koeien kosten echter f 420.
Bereken hieruit den prijs van eene koe.
24. Twintig werklieden graven eene sloot, die 120 M
lang is, in 9 dagen. In hoeveel dagen maken 15
werklieden eene sloot, die 100 M lang is?
25. Iemand betaalt eene schuld groot f 700 met rijks-
daalders en guldens. Als hij van beide munt-
soorten evenveel stukken geeft, hoeveel rijks-
daalders betaalt hij dan?
§ 10.
1. 120 KG rijst zijn gekocht voor f 25,2. Hoeveel
kosten dan 15 KG bij verkoop, als per KG 3
ct. wordt gewonnen ?
2. Bereken: - x 0,24.
3. Van eene deeling is het quotiënt 29, de rest 14
en de deeler 5 kleiner dan het quotiënt. Bepaal
het deeltal.
4. Een melkboer heeft 4 koeien, die ieder dagelijks
10 L melk geven. Hoeveel brengen hem die
koeien jaarlijks op, als iedere koe hem weke-