Boekgegevens
Titel: Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Deel: Tweede stukje. Voorbereidingsklasse
Auteur: Schram, J.M.; Hermans, J.M.
Uitgave: Venlo: Wed. H.H. Uyttenbroeck, 1892
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8447
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201989
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek ten dienste van hoogere burgerscholen en andere inrichtingen van onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 21 -
14. Om een rechthoekigen tuin, lang 50 M en breed
30 M, wordt eene schutting gemaakt, die 1,75
M hoog is. Hoeveel planken zijn daartoe noodig,
als elke plank 5 M lang en 3,5 dM breed is ?
15. A kan een werk afmaken in 9 en B in 12 dagen.
Welk deel van het werk doen ze samen in 3^ dag?
16. Een koopman moet 3575 franken betalen. Met
hoeveel gulden kan hij voldoen, als 100 frank
gelijk zijn aan f 47,5 ?
17. Een koopman verkoopt van eene partij rogge het
achtste deel, daarna de helft van hetgeen er is
overgebleven, en houdt nog 24| HL over. Hoe
groot is de partij ?
18. Deel 375 duizendsten door 15 honderdsten.
19. Twee zusters deelen eene erfenis, groot f 7530.
De oudste krijgt f 100 meer dan de jongste.
Hoeveel gulden krijgt ieder?
20. Bereken: (0,73 + 0,84576 — 0,278) x 0,24
0,0006
21. Een vader kan een werk afmaken in 8 dagen en
zijn zoon in 12 dagen. In hoeveel tijd kunnen
ze samen het werk verrichten ?
22. Een kaaskooper verkoopt van eene partij kaas,
groot 2300 KG, het vierde deel a f 0,36 en de
rest a f 0,38. Hoe groot is zijne ontvangst ?
23. Welk getal moet men met f vermenigvuldigen
om I tot product te krijgen?
24. Vul in : 8,9 MM + 7,3 IM +12,57 KM = ? DM;
0,005 HA + 0,58 A 4- 23,5 M» = ? cA.
25. Een tuin, die 2 maal zoo lang als breed is, heeft
eenen omtrek van 180 M. Hoeveel A is de
oppervlakte van dien tuin?