Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
(stond); »gij, die op een schoon paard zit (to be mounted
on) — maar wij arme duivels!" Toen (on) Gherin deze
woorden hoorde, sleeg hij af (to dismount R.) en stelde den
ontevredenen soldaat dadelijk voor zijne plaats in te nemen.
Deze [the falter) deed het; maar nauwelijks was hij opgestegen
[to mount met to have)., toen een schot van de nabijgelegen
(adjoining) hoogten {heights) hem trof {to strike) en doodde. —
nGij ziet'' zeide Gherin zijne troepen (troops) toeroepend,
»dat de hoogste plaats niet het minst gevaarlijk is."" 'Waarop
hij zijn paard weder besteeg (to remount R.) en den marsch
voorlzett'e.
259-
Ontvangt gij dikwijls brieven (to hear from) van uw neef? —
Hij schrijft ons eens in de maand; ik geloof niet, dat hij het
een enkele maal (once) heeft verzuimd, sedert hij ons verliet. —
Hij was zeer aangenaam in gezelschap en is een achtenswaardig
(estimable) jong menseh; gij moet hem zeer missen. — Ja
zeker, dat doen wij ook; vooral (particularly) mijn man, voor
wien hij een groote steun (assistance) in zijne zaken was. —
Wat zoekt gij? — Het derde deel van Schiller's werken ont-
breekt; hebt gij het misschien uit (from) mijne kamer geno-
men? — Neen, ik niet; ik geloof echler, dat uwe zuster hel
heeft. — Moet ik alles afschrijven, wat op dit vel staat? —
Neen, dit niet; alles, wat ik met een kruis heb aangeduid (to
mark R.) kunt gij er uil laten. — Hebl gij er niet een post
(amount) uilgelaten? — Ja; vader zeide, dat die eerst op (into)
de volgende rekening moest komen (to he brought of^u^). —
Is uw broeder heden ochtend met (by) den eersten trein
vertrokken? — Neen, hij miste den trein, die te 6 uur ver-
trekt (the si(c opdoek train), en was op hel punt den tweeden
ook te missen; bij slaapt te lang; men kan hem^des morgens
volstrekt niet uit zijn bed krijgen (there is no getting —). — Wilt
gij mijne groeten aan Mevrouw uwe moeder doen? — Ik zal
het niet nalaten. — Augusta, ik ga even naar tante, gaal gij
mee? — Neen, ik kan nu niet uilgaan; groet haar voor mij. —
Wie beeft dat water op den vloer gestort? — Willem heeft hel
gedaan; hij schonk zich een glas water in, en schonk (to fill
R.) het zoo vol, dat het overliep. — Hij is altijd zoo onhandig