Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
heb het mijner schoonzuster beloofd. Zij kan zonder mij niet
spelen en ik mag [must) haar niet tevergeefs op mij laten
wachten [to disappoint R.). — Gaat gij mede naar den schouw-
burg; de nieuwe acteur M. speelt (to act R, to perform R.)
van avond. — Hoezeer ik ook wensch den man te zien spelen,
ik durf het nogtans niet wagen {to venture R.) des avonds
uit te gaan (— ing). — Hoe was de melodie {tune) van het
lied, dal Mejufvrouw M. gisteren avond zong? — Ik weet het
niet; hoe dikwijls ik dit lied heb hooren zingen [this song
sung), ik kan mij nooit herinneren, hoe hel begint.
344.
Mijn hemel [Dear me), hoe bleek {pale) ziet gij er uit!
scheelt u iels? — Mij scheelt niets, ik ben er bloot met de
schrik afgekomen. Daar ik naar beneden ging om mijn over-
jas aan le trekken en mijn hoed te halen, gleed ik uit en
was ik bijna van de trap naar beneden gevallen. — Hebt gij
u zeer gedaan? — Neen, maar ik had bijna mijn been gebro-
ken. — Was er geen licht {light) op het portaal? — Ja, ze-
ker; ik had ook eene kaars {candle) in de band, en had
hel huis bijna in brand gestoken {to set on fire)-, want de
kaars viel mij uit {from of out of) de hand in eene maiut
{basket) met linnengoed, die de meid beneden aan {at the bot-
tom of foot of) de trap had laten staan. — Hoe kwam het,
dat gij uitgleedl {How did happen of manage to)l— Ik moet
op iets getrapt {tread, trod, trodden, of set my foot) hebben,
dat op de trap lag. — Wie heeft het glas wijn omgeworpen? —
Het spijt mij zeer; het. was mijne schuld. Ik wilde de water-
karaf nemen om mijner tante een glas water in te schenken;
ik had de karaf ook bijna omgeworpen. — Het is gelukkig
[fortunate), dat gij niet de geheele tafel omgeworpen hebt. —
Gij zijt zoo lomp, {awkward), gij neemt nooit iels in de hand.
zonder dat {but) gij het bretkl. — Is de brief naar de post
gebracht? — Ja, hel was bijna te laat geweest; hel sloeg
juist zeven uur, toen ik er {there) kwam [to yet). — Wilt gij
mij naar huis geleiden? — Ik zou gaarne met u gaan; maar
ik moet mijn Engelsche thema maken; ik had hel bijna ge-
heel vergeten. — W'annecr is uw broeder vertrokken? —
Heden morgen om kwart voor zes; hij had zich bijna verslapen