Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
Loek. — Ach, daar heb ik juist naar verlangd. — Gij doet
altijd juist, wat niet doen moest. — Hij stierf juist op
denzelfden dag, waarop [Ihat) wij hier aankwamen, — Wan-
neer moet de wissel op Londen naar Hamburg gezonden wor-
den? —• Hij moet heden nog verzonden worden; anders komt
(to gel) hij er te laat. — Wanneer vertrekt gij? — Ik ver-
trek nog dezen namiddag. — In welk logement logeert gij te
B.? — In den Gouden Arend. — Dit is jüist hetzelfde huis,
waarin ik voor drie jaren logeerde. — Vergeef mij; het kan
ïiiet juist hetzelfde zijn; want hel huis, waarin ik logeerde,
is pas twee jaren geleden gebouwd geworden, terwijl het
oude huis voor drie jaren, ik geloof, in hetzelfde jaar,
toen gij daar waart, afbrandde. — Wilt gij [to be dispo-
sed) eene wandeling met mij doen? — Zeer gaarne (/ will
with pleasure)', dal is juist, wat ik gaarne wilde [to waul)\
ik heb den geheeb n dag gezeten, en zoude nu gaarne een
weinig beweging nemen. — Kunt gij mij uw rijtuig en uwe
beide paarden heden namiddag voor een paar u':r leenen? —
Wat bet rijtuig betreft, zoo heb ik mij voorgenomen [to be
resolved) hel nooit weder uit le leenen. — Waarom niet?
Gij hebt het mij immers reeds eenmaal [before) geleend. —
Dal is hel [the thing) juist; dat is juist de reden {reason)^
waarom ik het ook niet [iwt even) aan mijn besten vriend,
en daarvoor [such) boud ik u, weder leenen zal. — Hebt gij
overwogen [to consider 11.), wal ik u gisteren heb voorgesla-
gen? — Ja, ik heb (het overwogen): ik wil den prijs aan-
nemen, dien gij mij biedt; doch wal hel krediet betrelt, dat
gij verlangt [to require) zoo valt daaraan in 't geheel niet le
denken. — Wilt gij uwe dochters heden avond bij ons laten
komen? — Wal Augusta en Sophia aangaat («^ to of as re-
gards)., ik heb er niels tegen; Emilie kan ik echter onmoge-
lijk missen; ook is zij ongesteld, bijgevolg valt er volstrekt
niet aan le denken, dat zij heden avond uitgaat.
210.
Zult gij den man de waren zenden, di'j hij bestelt? — Wa*
mij [myself) betreft, ik zou bel wel doen; maar mijn broeder
is er legen. — Hij lieelt u (toch) hel laatste bedrag betaald,
niet waar? — Ja, juist daarom; mijn broeder dacht, dat hij