Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
180
Het voorzetsel in eischen:
To abound, overvloed hebben
van.
To ac^MÏeMe, berusten in, te-
vreden zijn met.
To be bound, verbonden zijn
voor.
To be employed,^ bezig zijn
To he engaged, met.
To believe, gelooven in.
To confide, vertrouwen op,
zich verlaten op.
To deal, handel drijven in.
To decrease, afnemen in.
To delighl, genoegen, vreugde
vinden in.
To embark, zich steken i n;
steken in (kapitaal in eene
zaak).
Tn give, toegeven, buigen.
To glory, juichen .over, zich
beroemen op.
To improve, vorderingen ma-
ken in.
To interfere, zich mengen in.
To involve, wikkelen in.
To join, zich vereenigen, ver-
binden tot.
To lose, verliezen in, aan.
To participate, deelen, deelne-
men in.
To persevere, volharden in.
To persist, blijven bij, er op
staan.
To repose, zich verlaten op
(iemand).
To ride, rijden in (rijtuig).
To terminale, eindigen met.
To trade, handel doen in.
Hel voorzetsel inlo eischen:
To awc, door schrik, ontzag
gebracht worden tot.
To change, veranderen in.
To degenerale, ontaarden in,
verbasteren tot.
To deliver, overleveren in.
To dive, duiken in, zich he-
geven in.
To enter, treden in.
To examine, onderzoeken.
To fait, vervallen in.
To grow, worden, groeien tot.
To infuse, inboezemen, inbren-
gen.
To initiale, inwijden in.
To inquire, onderzoeken.
To instil, inboezemen.
To look, kijken i n, onderzoeken.
To penelrate, doordringen in.
To pry, zich bekommeren om.
To swell, opzwellen.
To transform, veranderen in.
To translate, vertalen in.
To turn, veranderen in, wor-
den.
Het voorzetsel of eischen:
To accept, goedkeuren, toela-
ten.
To accuse, aanklagen, beschul-
digen van.
To acquit, vrijspreken van.
To admit, toelaten.
To approve, goedkeuren, bil-
lijken.
To avail one^sself, ten nutte
maken, gebruik maken.