Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
BPg
59
INFINITIVE.
imperfect.
part. past,
To ring., schellen, luiden, rang; rung, rung.
To rise, opstaan. rose, ^ risen.
To rive, s pi ijlen, rove; rived. riven.
To rot, verrotten, rotted. rotten.
To run, * ' loonen, ran. run.
To saw, zagen, sawed, sawn.
To sag, 4 9 ' zeggen, said. said. *
To see., ® ® zien. saw. seen.
To seelc. zoeken, sought. sought.
To seeth^ zieden, koken, sod. sodden.
To sell, « ' verkoopen. sold. sold.
To send^ zenden. sent, sent.
To set, » 2 zetten. set. set.
To shake. ^^ schudden. shook. shaken.
To shape. vormen, gestalte of ge- shaped, shapen 11.
daante geven.
To shave, scheren, shaved. shaven R.
To shear. scheren (schapen ol laken), shore. shorn.
To shed, " verspreiden, storten, shed. shed.
To shew. shewed. shewn.
To show. toonen, showed. shown.
To shine. 5 6 schijnen. shone. shone.
To shoe^ beslaan. shod. shod.
To run up an account, eene rekening Inten oploopen.
^ 9 That is to say (c'est-à-dire), dat is, wil zeggen. I am sorry
to say ihat —, het spijt mg, dat —. You donU say so! Wat
gij zegt!
'5 0 To see. one home, iemand naar huis begeleiden. I will
see il done, ik wil er voor zorgen, dat hel geschiedt. To live to see,
beleven.,
To sell off, n i l verkoopen. Selling-off, uil verkoop.
52 To set a task, eene taak opgeven. To set towork, aan
het werk gaan. beginnen. To set off for, vertrekken naar —.
63 Ts shake hands, de hand geven.
To shed tears, tranen storten; van dieren, to shed teeth,
de tanden verliezen; van boomen , to shed the leaves, de blade-
ren verliezen. To shed a lustre over, een glans werpen op ,
verspreiden over —.
6 6 INift voor: schijnen, to seem, to appear, Je gebruiken.