Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
INFINITIVE.
lUPERFECT.
PART. PAST.
To hear, s' hooren, heard. heard.
To hew, houwen, hewed. hewn.
To hide, verbergen, hid. hidden.
To hit, treffen, hit. hit.
To hold, 3 2 houden. held, held.
To hurt, bezeeren, zeer doen, hurt. hurt.
To keep,^^ houden, bewaren, kept. kept.
To knet'l, knielen, knelt R., knelt R.
To knit,^" breiden. knit R., knit R.
To know, 3 ® weten. knew. known.
To lade, laden. laded. laden.
To lay, 3 6 leggen, laid. laid.
To lead, leiden. led. led.
To lean, leenen, leant. leant.
To leap, springen. leapt R., leapt R.
To learUj leeren, learnt R., learnt R.
To leave, verlaten, nalaten, laten, left, left.
To lend, s ^ leenen aan iemand, lent. lent.
To /e/, 3 8 laten, verburen, let. let.
To lie, s ® liggen. /ay. lain.
8 » Hel gerucht, hearsay, hooren zeggen, Ik weet het slechts van hoo-
ren zeggen, / know it only from hearsay.
3 2 flold your tongue! Houd uw mond! To hold out a promise,
beloven. To take of lay hold of, vatten, grijpen. To miss one's
hold, niet bereiken, misgrijpen; to hold good, z\c\i goed houden.
8 s To keep company with, omgaan met —.
84 To knit one's brotvs, de wenkbrauwen sa m e n fro n sc n.
3 5 To know heeft altijd how voor den daaropvolgenden infinitief.
86 To lay a wager, wedden. / will lay any wager, !k wil wed-
den, wat gij wilt. — Tolayby, wegleggen (om te bewaren). To hy
under obligations. leman don der verplichting leggen. To lay
hold of — aangrijpen. *
8 7 To lend moet niet voor leenen van iemand {emprunter) ge*
bruikt worden; dit werkwoord wordt vertaald door to borrow; to borrow
money, geld (van iemand) leenen.
38 Let me alone! Laat mij met rust, laai mij begaan, laat
mij geworden! Let him (of me) alone, he will (f shall) manage it, laat
hem (mij) maar begaan, hij zal (ik zal) het wel in orde krijgen.
3 9 7*0 /te, liegen is regelmatig; het mag in goed gezelschap niet
gebruikt worden. I will do all that lies in my power, ik wil doen
wat in mijn vermogen is; to lie down, zich nederleggen.