Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
111
Voor heru verschenen de beide Before him, appeared the two
mannen. men.
lïoven op den berg staat het On the top of the hill stands
huis. the house.
Daar gaat uw vriend. There goes your friend.
Uier komt mijne tante. Here comes my aunt.
Ook kan ik het niet beloven. IVor can. I promise it.
Ook zal hij niet zoo spoedig Meifher will he be here so soon,
bier zijn.
e) Slechts op persoonlijke voornaamwoorden is deze regel
niet van toepassing: Here il is\ there he goes.
f) Wanneer bij were., had, should^ did het voegwo )rd i/,
indien weggelaten wordt.
Ware zijn broeder hier. JFere his brother here.
Had mijn vader dat geweten. Had mg father known that.
Indien hij vroeger komt dan Should he come earlier than
zijn broeder. his brother.
Indien hij het zeide. Did he say so.
g) In zinnen, in den vragenden voriu, wanneer zij niet met
who, wie; which^ welke enz. en what^ wat in den nomi-
natief beginnen, moet altgd een hulpwerkwoord: to have, to
be of to do^ willy shall, can, may enz. den nominatief voor-
aangaan.
Heeft uwe zuster mijn boek? Has your sister my book?
Had de man bem reeds gezien? Had tht; man already seen him.
-Is dit zooveel als dat? Is this as much as that?
Was uw vriend lang bij u? Was your friend with you long?
Geeft gij mij wal gij mij be- Will you give me what you
loofd hebt? have promised mel
Ziet gij nu, dal ik gelijk heb? Do you sec now that I am right?
Kwam hij vroeg genoeg? Did he come early enough?
Wie schreef dezen brief? Who wrote this letter?
Wat slaat daar in den hoek? What .stands there in the corner?
Welke van de jongens gaat Which of the boys goes with
met u? you?
NB. Men vindl ook zinnen in den vragenden en onlkennenden
vorm, waaruil do en did zijn weggelulen, en h^l werkwourd