Boekgegevens
Titel: Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Deel: 4e stukje
Auteur: Stevens, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel en Bakker, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8321
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201927
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der Engelsche taal naar Ollendorff's methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
De man heeft een zoon. The man has a son.
De vrouw heeft het huis gezien. The woman has seen the
house.
De oorlog is een kwaad. War is an evil.
Ik heb hem gesproken. I have spoken to him,
De lidwoorden staan "voor de zelfstantlige naamwoor-
den, de daarbij behoorende bijvoeglijke naamwoorden en de
hierbij behoorende bijwoorden.
Het schoon gebouwde, prach- The beautifully built, magni-
tige huis. ficent house.
k) Het bi'palend lidwoord the staat na de woorden alt,
al; both, beide; double, dubbel; twice, three times enz.,
tweemaal, driemaal zoo enz. half, half; quite, geheel.
Alle huizen in deze straat. All the houses in this street.
Alle Fransche brieven. All the French letters.
Den ganschen avond. AH the evening.
Beide broeders; de beide broe- Both the brothers.
ders.
De dubbele breedte. Double the breadth of width.
Tweemaal, viermaal zoo lang. Twice, four times the length.
Geef mij het halve stuk. Give me half the piece.
Hy is er geheel de man naar. ile is quite the man for it.
e) Het lidwoord van eenheid a of an staat na quite, ge-
heel; such, zulk —; what, wat een (als uitroep).
Hy is geheel eil al een man He is quite a man of business.
van zaken.
Dat is een geheel nieuwe rok. That is quite a new coat.
Zulk een boek heb ik nooit Such a book I have never had.
gehad.
Hebt gij ooit zulk een man Have you ever seen such a
gezien ? man 'i
Wat een grooten hoed draagt gij! What a large hat you wear!
*
c) Het lidwoord van eenheid a of an, staat na het bij-
voeglijk en voor het daaropvolgende zelfstandig naamwoord,
indien as, zoo; how (vDor what)^ wal voor een, welk