Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
GESLACHT.
73
On revient toujours à ses pre-
mières amours.
Le malheur est une médecine
amère.
Il ne faut pas vendre la peau
de l!ours avant de l'avoir
pris.
C'est un maître homme.
C'est une maîtresse femme.
Une main traîtresse.
Il ne m'a pas donné un traître
sou. {fam.)
Je n'en crois pas un traître
mot. {fam.)
Il est d'un bête! {fam.)
Une société protectrice des ani-
maux.
Un ministère conservateur.
Vous êtes dans le faux.
Je suis dans le vrai.
Il est dans le fort de sa maladie.
Il n'a que le strict nécessaire.
Aimer le grand et le beau.
Maintenant vient le beau.
Le beau de l'affaire est que .. .
Oude liefde roest niet.
Het ongeluk is een bitter ge-
neesmiddel.
Men moet de huid van den
beer niet verkoopen voor men
hem gevangen heeft.
Hij is een flinke man.
Zij is eene flinke vrouw.
Een verraderlijke hand.
Hij heeft mij geen [rooden] duit
(cent) gegeven.
Ik geloof er geen woord {fam.
steek; zier) van.
Hij is dom!
Een vereeniging tot bescher-
ming van dieren.
Een conservatief (behoudend)
ministerie.
Gij hebt het mis.
Ik heb goed gezien.
De zieke is op het ergst.
Hij heeft slechts het hoognoodige.
Wat groot en schoon is liefhebben.
Nu komt het mooie [van de zaak].
Het mooie van de zaak is dat...
OEFENINGEN IN HET GEBRUIK DER GESLACHTEN.
Daar zijn de keizer en de keizerin, de koning en de koningin,
de prins en de prinses, de hertog en de hertogin, de graaf en
de gravin, de baron en de barones, de markies en de markiezin.
De prinses is een schoone vrouw; ook de prins is een schoone
man. Hij houdt van de schoone kunsten. Het leven is kort^z),
de kunst is lang. De prins is een oud vriend van mij. Een oud
vriend is beter dan een- nieuwe vriend.