Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
GESLACHT.
bl
? mégère); c'est une voleuse.
Autrdtbis elle était pêcheuse,
puis marchande de poisson,
\"raie poisarde, toujours que-
relleuse, menteuse et trom-
peuse. C'est une \-ieille péche-
resse. Elle a fini par être
xieille radoteuse, vivant de
la charité du prochain. Voilà
sa fille, gardeuse d'oies, ba-
\-arde et flâi>euse; en voilà
une petite débiteuse de men-
songes : \Taie fille de sa mère.
een dievegge. Vroeger ging
ze ter vischvangst, daarna
werd ze \TSchvrouw, [of lie-
ver] een echt vischwijf, dat
altijd keef, loog en bedroog,
't Is een oude zondares. Xu
is ze eindelijk een oude bab-
belkous geworden en leeft van
de liefdadigheid [van den
naaste]. Daar staat haar doch-
tertje, die ganzenhoedster is,
een babbelaarster en een straat-
loopster ; dat is eerst een
kleine leugenaarster: die hedt
een aardie naar 'naar moeder.
63.
Charles a toujours été un mé-
chant garnement. Tout petit,
il était pleurard et criard,
capricieux et envieux. Jeune
homme, il est devenu men-
teur, querelleur, tapageur,
\iveur, joueur et m^e vo-
leur. Son père lui a dit un
jour: ,J'en apprends de
belles sur ton compte! Tu
en as lait de belles, vrai-
ment! Si tu continues
comme ça, je vais te chas-
ser." Le fils pense qu'il
Ta échappé belle. Et voilà
qu'il recommence de plus
beUe! Il ne s'est pas ar-
rêté là. .A la suite de plu-
sieurs vols commis à la
maison, le père l'a chassé,
n a coudié plus d une fois
à la belle étoile. D est de-
Karel is altijd een deugniet ge-
weest. Als kind was hij een hui-
lebalk en een schreeuwer, vol
kuren en afgunstig. Als jonge-
ling is hij een leugenaar, een
twistzoeker, een levenmaker
geworden, die druk uitging,
grof speelde en zel£i staL Zijn
vader heeft hem eens gezegd:
,Jk hoor wat moois van je!
Je hebt waarlijk mooie dingen
uitgevoerd! Als je zoo voort-
gaat, jaag ik je de deur uit."
Zoon^ denkt, dat hij den dans
mooi ontsprongen is. En hij be-
gint weer van voren af aan' Hij
heelt het daarbij niet gelaten.
Tengevolge \'an verscheidene
dieÊtallen, thuis bedreven,
heeft zij n vader hem de deur uit-
gejaagd. Meer dan eens heen hij
in de open lucht geslapen. H ij is