Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
GESLACHT.
par être deux des premières
artistes de l'Europe. Je les
ai vues toutes petites, de
très belles filles, douces et
dociles, qui promettaient déjà
d'être bonnes musiciennes.
den zang; ze zullen nog eens
twee der voornaamste (eerste)
kunstenaressen van Europa
worden. Ik heb ze gekend
toen ze nog heel klein waren,
zeer mooie, vriendelijke en
leerzame meisjes, die toen
reeds deden zien, dat ze knap
in de muziek zouden worden.
60.
Les deux sœurs viennent
d'avoir leur premier concert.
Elles ont été accueillies tout
de suite par un murmure
flatteur. Depuis le premier
morceau jusqu'au dernier,
des applaudissements sans
fin. Heureuses de leur suc-
cès , elles se sont surpas-
sées elles-mêmes. La ville
est fière d'elles. Cela leur
promet un bel avenir.
Mais, mon Dieu! quelles
gens que ces journalistes!
Quelles méchantes gens !
Ils se plaisent à décrier
les réputations les mieux
fondées. Voilà qu'ils disent
que mes deux musicien-
nes ne sont que des
commençantes, travailleuses
et laborieuses sans doute,
mais sans talent, sans
génie créateur ! C'est une
calomnie maligne. C'est sans
doute à quelque concur-
rente, àquelque rivale envieuse,
que cette attaque masquée
est due.
De beide zusters hebben pas
haar eerste concert gegeven.
Ze zijn al dadelijk met een
gemompel van bijval ontvan-
gen. Van het eerste stuk
(nummer) af tot het laatste
kwam er aan de toejuichingen
geen einde. Verblijd over haar
succes, hebben ze zich zelf
overtroffen. De stad is trotsch
op haar. Dat belooft haar een
schoone toekomst. Maar, lieve
Hemel! wat zijn die verslag-
gevers toch akelige lui (volk)!
Wat boosaardige menschen!
Ze scheppen er behagen in
den beste van zijn goeden
naam te berooven. Nu zeg-
gen ze weer, dat onze beide
zangeressen nog slechts eerst-
beginnenden zijn, wel is waar
arbeidzaam en vlijtig, maar
zonder talent, zonder schep-
pingskracht! Dat is boosaar-
dige laster. Zonder twijfel is
die bedekte aanval aan een
of andere zuster in de kunst,
een of andere afgunstige
mededingster toe te schrijven.