Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
GESLACHT.
Ce n'est pas sur ce ton qu'on
doit parler d'un vieil oncle
qui vous a fait son héritier.
C'est vrai, mais que voulez-vous ?
Il est difficile de dépouiller le
vieil homme. Heureusement
que j'ai un vieil ami pour me
dire mes vérités.
Et je continuerai à le faire
jusqu'à nouvel ordre.
Op zulk een toon mag u niet
van een ouden oom spreken,
die u tot zijn erfgenaam heeft
benoemd.
Dat is waar, maar wat zal ik
zeggen ? Het valt moeielijk
den ouden Adam af te leggen.
Gelukkig dat ik een ouden
(beproefden) vriend heb, die
me de waarheid zegt.
En dat zal ik tot nader order
blijven doen.
54.
Nous allons bien nous amuser,
petite sœur, à ce bal, n'est-ce
pas? Je serai si jolie! {fam.
d'un joli!) Ah oui; je mettrai
ma belle robe neuve, avec sa
garniture nouvelle; j'aurai de
longues boucles, un éventail,
des souliers de satin et des
gants de Suède; n'est-ce pas
que je serai belle?
Et moi, j'aurai ma robe de satin,
des tresses très épaisses, un
joli bouquet au corsage, une
couronne de fleurs dans les
cheveux, des dentelles et un
collier . .. Non, le coUier, je
te le laisse.
Merci beaucoup, ma bonne
sœur, tu es vraiment trop
bonne pour moi; je te suis
très reconnaissante. Mais je
suis folle de jaser comme ça
au lieu de penser à ma toi-
lette. Ne trouves-tu pas ma
robe trop courte?
We zullen veel plezier hebben
op het bal, nietwaar, zusje?
Wat zal ik mooi wezen!
Zeker, ik zal mijn mooie,
nieuwe japon met het nieuwe
garnituur (belegsel) aandoen;
ik zal lange krullen dragen,
een waaier, satijnen schoentjes
en Zweedsch leeren hand-
schoenen; nu, wat zeg je,
zal ik niet mooi wezen?
En ik zal mijn satijnen japon
aan hebben, en dikke vlech-
ten , een lief bouquetje op de
borst, een krans van bloemen
in het haar, en kant, en een
halssnoer . . . Neen, het hals-
snoer laat ik voor jou.
Hartelijk dank, lieve zuster, je
bent werkelijk veel te goed
voor me; ik ben je er zeer
dankbaar voor. Maar 't is
dwaas van me, zoo te staan
babbelen, in plaats van aan
mijn toilet te denken. Vind
je mijn japon niet te kort?