Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
.52
MEERVOUD.
voici un canif qui est en
même temps cure-dents, casse-
noisettes et tire-bouchon.
Merci, c'est trop de choses à
la fois. Donnez-moi plutôt
des tire-bouchons purs et
simples.
is een zakmes, dat tegelijker-
tijd tandenstoker, notenkraker
en kurketrekker is.
Dank je, dat is te veel in eens.
Geef me maar liever dood-
gewone kurketrekkers.
P H R A S E O I, O G 1 É,
II faut hurler avec les loups.
Il ne faut pas mettre la charrue
devant les bœufs.
Les extrêmes se touchent.
Les beaux esprits se rencontrent.
Avoir des rendez-vous et des
tête-à-téte.
Dire des coq-à-l'âne.
Un conseil amical.
Des conseils d'ami.
Men moet huilen met de wolven,
die in het bosch zijn.
Men moet de paarden niet achter
den wagen spannen.
De uitersten raken elkander.
Fraaie vernuften ontmoeten
elkaar.
Afgesproken bijeenkomsten (ren-
dez-vous) en gesprekken onder
vier oogen houden.
Wartaal uitslaan. (Van den hak
op den tak springen).
Een vriendschappelijke raad.
Vriendenraad.
OEFENINGEN IN HET GEBRUIK VAN HET MEERVOUD.
Welke bloedverwanten heeft u? Ik heb broeders en zusters,
ooms en tantes, neven en nichten. Leven uw grootouders nog?
Ja, ik heb twee grootvaders en twee grootmoeders. Ik heb ook
twee schoonbroeders (zwagers) en twee schoonzusters. Mijn vader
heeft schoonzoons a) en schoondochters d).
Heeft u het doofstommen-instituut f) gezien? De vrijmetselaars
hebben het aan de stad geschonken. Er zijn daar veertig doof-
stomme jongens en vijftig doofstomme meisjes.