Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
DEELEND LIDWOORD.
Où il y a de la gêne, il n'y a
pas de plaisir.
Il n'a pas des manières très
distinguées.
Il n'y a pas de règle sans ex-
ception.
[Il n'y a] pas de roses sans
épines.
[Il n'y a] pas de fumée sans
feu.
Nécessité n'a pas de loi.
Faire de nécessité vertu.
A bon entendeur, peu de pa-
roles *.
A sotte question pas de réponse.
Ventre affamé n'a d'oreilles.
On prend plus de mouches avec
du miel qu'avec du vinaigre.
Autant de têtes, autant d'avis.
Il n'a ni feu ni lieu.
Il n'a ni foi ni loi.
Cela n'a ni rime ni raison.
Mauvaise herbe croît toujours.
Petite pluie abat grand vent.
Petit chaudron, grandes oreilles.
Dommage rend sage.
Poisson sans boisson est poison
Songes sont mensonges.
Promettre monts et merveilles.
Je suis tout oreilles.
Waar gedwongenheid heerscht,
is geen genoegen.
Hij heeft geen zeer deftige ma-
nieren.
Geen regel zonder uitzonde-
ring.
Geen rozen zonder doornen.
Geen rook zonder vuur. (Men
noemt geen koe bont, of er
is een vlekje aan).
Nood breekt wet.
Van den nood een deugd maken.
Een goed verstaander heeft maar
een half woord noodig.
Op een dwaze vraag past een
dwaas antwoord.
Hongerige menschen luisteren
slecht.
Met honing vangt men meer
vliegen dan met azijn.
Zooveel hoofden, zooveel zinnen.
Hij heeft geen onderkomen.
Hij gelooft aan God noch zijn
gebod.
Dat heeft slot noch zin.
Onkruid vergaat niet.
Een goed woord vindt een
goede plaats.
Kleine potten hebben [groote]
ooren.
Door schade en schande wordt
men wijs.
Visch moet zwemmen.
Droomen zijn bedrog.
Gouden bergen beloven.
Ik ben geheel oor.
• Ook: A bon entendeur, salut. Volgens Littré zijn beide vormen ge-
bruikelijk.