Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEELEXD LIDWOORD.
33
N'avez-vous pas honte de men-
dier comme ça?
Je pourrais vous répondre :
X"a-t-on pas honte de laisser
mourir les pauvres gens?
Vous savez qu'il est défendu
de mendier sous f)eine de
prison.
On ne nous permet pas de de-
mander l'aumône, mais on
nous permet de mourir de
faim.
En cas de récidive il v a ag-
gravation de [la] peine. Les
mendiants sont souvent des
voleurs, quelquefois des bri-
gands. Pour le vol il y a
travaux forcés; pour le bri-
gandage il y a peine de mort.
Monsieur, je suis mendiant, mais
je suis honnête homme ; je suis
père de âmille; je ne suis ni
voletir ni brigand.
Pourquoi ne travaillez-vous pas ?
Parce qu'il n'y a pas de travail.
Donnez-moi du tra%-ail; c'est
tout ce que je demande.
Eh bien, j'ai pitié de vous; je
vous crois sur parole; tenez,
voilà, prenez ça, mangez et
buvez : voilà un peu d'argent.
Merci bien, mille remerclments,
mes bons messieurs. — .\h, ça
tait du bien. Je n'ai plus
ûim. Je n'ai ni faim ni soif.
Schaam je je niet, zoo te be-
delen?
Ik zou u kunnen antwoorden:
Is het geen schande, arme men-
schen zoo te laten omkomen ?
Je weet, dat het bedelen ver-
boden is en gestraft wordt met
[eenige dagen] gevangenis.
Het is ons niet vergund om
een aalmoes te \Tagen, maar
van honger ster^"en, dat mo-
gen we wel.
In geval van herhaling wordt
de straf verecherpt. De bede-
laars zijn vaak dieven, soms
struikrooveis. Op diefetal staat
dwangarbeid; op roof staat
de doodstraf.
Mijnheer, ik ben wel een bede-
laar, maar ik ben een eerlijk
man, ik ben vader van een
gezin; ik ben geen dief en
ook geen roover.
Waarom werk je niet?
Omdat er geen werk is. Geeft
mij werk; dat is alles wat ik
verlang.
Xu, ik heb medelijden met je;
ik geloof je op je woord;
daar, neem dat, eet en drink;
daar heb je wat geld.
Dank, duizendmaal dank, goede
heeren. — O, dat doet [een
mensch] goed. Ik heb geen
honger meer. Ik heb geen
honger of dorst.
34.
Connaisez-vous mademoiselle Kent u juflfrouw Nodier ? Ze was
Nodier? Elle était autrefois la vroeger de gevierde schoon-
STORM, Fronuhe Sfratoefeningen. 2e druk. 3