Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
45 DEELEND LIDWOORD.
Le maître. Oui^', mon-
sieur. Tout ce qui n*est pas
prose est vers, et tout ce qui
n*est pas vers est prose.
M, Jourdain. Et comme
Ton parle, qu'est-ce que c'est
donc que cela?
Le maître. De la prose.
M, Jourdain, Quoi! quand
je dis: Nicole, apportez-moi
mes pantoufles, et donnez-moi
mon bonnet de nuit, c'est de
la prose?
Le maître. Oui, monsieur,
M. Jourdain. Par ma foi,
il y a plus de quarante ans que
je fais de la prose, sans que
j'en susse rien; et je vous suis
extrêmement obligé de m'avoir
appris cela.
(Molière. Îaî liounjeois iicntUhmninc^
acte II. sc('ne (3. extrait nioderiiisé).
De onderwijzer. Stellig, mijn-
heer. Alles wat geen proza is,
is vers, en al wat geen vers is,
is proza.
Jourdain. En zooals men ge-
woonlijk spreekt, wat is dat
dan?
De onderwijzer. Proza.
Jourdain. Wat! als ik zeg:
Klaasje, breng me mijn pan-
toffels eens, en geef me mijn
slaapmuts, dan is dat proza?
De onderwijzer. Ja, mijnheer.
Jourdain. Lieve hemel, dan
spreek ik al meer dan veertig
jaar proza, zonder het te weten;
ik ben u zeer dankbaar, dat u
het mij gezegd heeft.
(.Molière, De burger als edelman. Ile
bedi'ijf. 6e tooneel).
31.
Bonjour, mon cher ami, vous
allez bien ? Cela me fait plaisir.
P^st-ce qu'il y a quelque chose
de nouveau ? Qu'y a-t-il (quoi)
de nouveau {/am. neuf)?
Rien de nouveau, que je sache.
Mais attendez-moi ici, je vais
vous chercher un journal. Je
vois que vous avez de la
peine à marcher.
Vous ferez cela pour moi?
Avec bien du plaisir.
C'est bien de la bonté; c'est
trop de bonté; mais ce sera
peine perdue; tout aura été
vendu.
Dag, beste vriend, gaat het
goed ? Dat doet me genoe-
gen. Is er wat nieuws? Wat
nieuws [is er] ?
Niets nieuws, voor zoover ik
weet. Maar wacht hier even
op me, ik zal een krant voor
je halen. Ik zie, dat het loo-
pen je moeielijk valt.
Wil je dat voor me doen?
Met veel genoegen.
Dat is wel vriendelijk [vanje];
'tis al te goed [van je] ; maar
het zal vergeefsche moeite zijn;
alles zal wel verkocht wezen.