Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
DEELEND LIDWOORD.
suis vieux garçon. Je vis en
garçon, et je m'en trouve
bien.
Il me semble que la vie de
garçon doit être triste à la
longue.
Moi, il me semble que la vie
de famille doit être triste
aussi, quand on a un grand
nombre i^fam. un tas) d'en-
fants et des dettes par-dessus
les oreilles.
Une bonne femme et de bons
enfants, ça console de tout.
Oui, mais il y a de bons en-
fants et de mauvais enfants,
des enfants sages et des en-
fants méchants. Les vôtres,
comment sont-ils?
Ils ont du bon et du mauvais,
mais ils ont plus de bon que
de mauvais. Il y a quelque
chose de bon et quelque
chose de mauvais chez tous
les hommes. Il n'y a rien de
parfait. Mais en somme, je
n'ai pas à me plaindre. J'ai
lieu d'être content. Quand ce
ne sont plus des petits en-
fants quand ce sont des
jeunes gens, alors on a parfois
des difficultés. Ils vous diront,
par exemple: „Nous sommes
des hommes, nous ne sommes
pas des enfants." Et quand
ce sont des jeunes filles {aussi:
des jeunes |)ersonnes *), elles
Ik ben een oude vrijgezel.
Ik leef als vrijgezel en bevind
er mij wel bij.
Me dunkt dat het vrijgezellen-
leven op den duur treurig
(vervelend) zijn moet.
Mij komt het [daarentegen]
voor, dat het familieleven ook
treurig (vervelend) zijn moet,
als men een groot aantal kin-
deren heeft en schulden tot
over de ooren.
Een goede vrouw en goede kin-
deren, dat is een troost in
alle omstandigheden.
Ja wel, maar er zijn goede
kinderen en slechte kinderen,
oppassende en ondeugende
kinderen. Hoe zijn de uwe?
Ze hebben hun goede en hun
kwade zijde, maar meer goeds
dan slechts. Er is iets goeds
en iets slechts in alle men-
schen. Niets is volmaakt.
Maar over het geheel heb
ik me niet te beklagen. Ik
heb reden tot tevredenheid.
Als ze geen kleine kinderen
meer zijn, als het eenmaal
opgeschoten jongelieden zijn,
dan heeft men vaak moeie-
lijkheden. Ze zullen u bijvoor-
beeld zeggen: „Wij zijn
mannen, wij zijn geen kin-
deren." En als het meisjes zijn,
dan zullen ze u zeggen : „Wij
zijn jonge dames, wij zijn
Vergelijk: lies grandes personnes, groote (volwassen) menschen.