Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEELEND LIDWOORD.
19
plus de soupe!" Le garçon
répond d'abord : „Bien, mon-
sieur." A la fin il dit: „Mon-
sieur, j'entends très bien; vous
ne désirez plus de soupe ;
aussi ne vous en servirai-je
plus." L'Anglais, très étonné ,
s'écrie : „Mais c'est justement
plus de soupe que je veux."
„Ah", dit le garçon, „c'est
différent; je ne vous com-
prenais pas. Si vous m'aviez
dit que vous désiriez encore
du potage *, je vous en aurais
servi tout de suite." Notre
Anglais, honteux et confus,
s'est remis à prendre des leçons
de français.
hoor je niet? plus de soupe!"
De keiner antwoordt eerst:
Heel goed, mijnheer." Ein-
delijk zegt hij: „Ik versta het
heel goed, mijnheer; u ver-
langt geen soep meer; ik zal
er u dan ook niet meer van
dienen." Zeer verbaasd roept
de Engelschman uit: „Maar
ik wil juist nog meer soep."
„O", zegt de kelner, „dat is
wat anders; ik begreep u niet.
Had u mij gezegd, dat u
nog meer soep wilde hebben,
dan had ik u er dadelijk van
bediend." Beschaamd en ver-
legen is onze Engelschman
[daarna] weer begonnen les
in het Fransch te nemen.
21.
Donnez-nous du café, s'il vous
plaît.
Du café noir?
Oui, deux demi-tasses de café
noir avec le t petit verre [de
cognac].
A moi, une tasse de café à la crème
sans petit verre.
Est-ce que vous prenez quelque-
fois du café au lait?
Seulement le matin; mais ordi-
nairement nous i)renons du
chocolat avec du pain sans
beurre.
Geef ons koffie [als 't u blieft].
Koffie zonder melk?
Ja, twee [kleine] kopjes [koffie]
met een glaasje cognac.
Mij, een kop koffie met room,
zonder cognac.
Drinkt u wel eens koffie met
melk?
Alleen 's morgens; maar ge-
woonlijk drinken we choco-
lade met brood zonder boter.
• Of wel ; que vous désiriez reprendre du potage. „Garçon, je reprendrai
du potage, s'il vous plaît." — Ce potage est excellent, et j'en reprendrai
volontiers. (Malot, Séduction, 102).
t Het bepalend lidwoord beteekent hier: het bekende, het gebruike-
lijke, het bijbehoorende.
2*