Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13 BEPALEND EN NIET-BEPALEND LIDWOORD.

1/habit ne fait ]3as le moine.
A demain les affaires sérieuses!
Les bons parents font les bons
enfants.
Les bons maîtres font les bons
domestiques.
Les petits ruisseaux font les
grandes rivières.
Il n'a que la peau et les os.
Il vit au jour le jour.
La nuit porte conseil.
Il fait la sourde oreille. (Il n'en-
tend pas de cette oreille-là).
Je vous serre la main *.
Appeler un chat un chat.
Rire comme un fou ( bossu").
Pleurer comme un veau.
L'hôtel est plein comme un œuf.
Il est peureux comme un lièvre.
Il est bôte comme [un] chou
F.lle est bête comme une oie.
Il parle français comme une
vache ' ' espagnole (il écorche,
estropie le français).
De pij maakt den monnik niet.
Tot morgen de zorgen.!
Goede ouders, goede kinderen.
Goede meesters, goede die-
naars.
Veel kleintjes maken één groote.
Hij is vel en been.
Hij leeft van de hand in den tand.
De nacht brengt beraad.
Hij houdt zich doof (Hij is Oost-
Indisch doof).
Ik druk u de hand.
Een ding bij zijn waren naam
noemen.
Lachen als een dolleman.
Tranen met tuiten huilen.
Het hôtel is zoo vol als een ei.
Hij is zoo bang als een wezel.
Hij is een eerste domkop.
Zij is zoo dom als een gans.
Hij radbraakt het Fransch.
OEFI-:Nh\GH;N IN HET (lEBRUIK VAN HET BEPALEND
EN HET NIET-BEPALEND LIDWOORD.
Kent u Fransch? Ja, mijnheer, een beetje. Spreekt u Fransch?
Ik spreek een beetje Fransch. Ik spreek geen Fransch. Ik heb
geen tijd om het te leeren.
Daar is een jongetje, 't Is het zoontje van den dokter. Wat
een lief jongetje! Wat een lief kind! Hij heeft zwarte oogen en
bruin haar. Het jongetje heeft ook een zusje. Zij heeft blauwe
Wordt vaak gebruikt aan 't slot van een brief aan een vriend.