Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
BEPALEND EN NIET-BEPALEND LIDWOORD.
nuit aussi {fam. la nuit avec)*.
Et le lendemain il n*en sort
pas moins d'aussi bonne heure
qu'à Tordinaire. Bref, il tra-
vaille jour et nuit. Il ne peut
pas continuer ainsi toute Tan-
née. Cela n'a pas le sens
commun. Quand je le prie de
venir se reposer un peu chez
nous, il me répond toujours:
Je n'ai pas le temps Mais la
prochaine fois il ne m'échap-
pera pas.
A la bonne heure !
Je compte sur vous pour lui
tenir compagnie.
J'accepte avec plaisir. On vient
en habit t, n'est-ce pas?
Les messieurs portent l'habit
noir, le pantalon noir, le
gilet noir et la cravate blanche;
c'est de rigueur.
den geheelen dag en soms des
nachts ook. En den volgenden
dag gaat hij niettemin even
vroeg uit als gewoonlijk. Kort-
om, hij werkt dag en nacht.
Hij kan het zoo het heele jaar
niet volhouden, 't Is onver-
standig. Als ik hem uitnoodig,
zich eens bij ons te komen
verpoozen, antwoordt hij me
altijd: Ik heb geen tijd. Maar
zoodra ik hem weer zie, zal
hij me niet ontkomen.
Dat mag ik hooren!
Ik reken op u om hem gezel-
schap te houden.
Ik neem het gaarne aan. Men
komt gewoonlijk met zwarten
rok aan, niet waar?
De heeren dragen een zwarten
rok, zwarte broek, zwart vest
en witte das; dat is zoo ge-
bruik.
14.
Au feu ! Au secours ! Le feu est
à la maison! (La maison est
en feu!) De l'eau! De l'eau!
Il y a un incendie quelque part?
Oui, il y a le feu tout près d'ici.
Voilà la maison où il y a le
feu (où est le feu).
La maison est tout en flammes.
Le feu est partout, au pre-
mier, au second, au toit, aux
fenêtres.
Brand! Hulp! Er is brand in
huis! Water! Water!
Is er ergens brand?
Ja, er is hier vlak bij brand.
Daar is het huis, waar de
brand is.
Het huis staat geheel in vlam
(in lichterlaaie). Het brandt
overal, op de eerste, op de
tweede verdieping, op het
dak, aan de ramen.
* Dit la nuit avec wordt door velen als minder goed beschouwd, doch
komt zeer vaak voor.
t Frac, vroeger gebruikelijk, behoort thans tot de boekentaal (Passy).