Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
27 BEPALEND EN NIET-BEPALEND LIDWOORD.
A (pour) moi, un mazagran
(une tasse de café, un café).
Moi, une glace.
Bien, messieurs, tout de suite.
Donnez-moi le journal d'aujour-
d'hui.
Il est en lecture (en main), mon-
sieur. En attendant, voici le
numéro d'hier.
Les journaux du soir n'ont-ils
pas paru ?
Pas encore, monsieur. Ce n'est
que dans une heure.
La politique est-elle toujours à
l'ordre du jour?
Toujours, monsieur; du moins
la plupart du temps.
Ik, een mazagran (een kop
koffie).
Ik, een portie ijs.
Als 't u blieft, heeren, dadelijk.
Geef mij de krant van vandaag
[even].
Die is in handen, mijnheer.
Maar hier heeft u alvast het
nummer van gisteren.
Zijn de avondbladen nog niet
uit?
Nog niet, mijnheer. Over een
uur pas.
Is de politiek nog altijd aan
de orde van den dag?
Nog altijd, mijnheer; tenminste
meestentijds.
18.
Connaissez-vous le docteur Le-
fèvre, le célèbre médecin ' ?
Je l'ai connu dans le temps. Il
est en voyage, n'est-ce pas?
L'année passée, il est parti
pour l'Allemagne, mais il est
allé en Italie, en Angleterre
aussi. Il va revenir en France
l'année prochaine, je crois.
Oh non, il est de retour depuis
longtemps; je l'ai vu l'autre
jour. Il doit venir [ici] un
jour de la semaine prochaine ;
il passera la soirée chez nous.
A l'avenir, j'espère le voir plus
souvent. Il va rarement dans
le monde; autrement il sort
tous les jours. Il sort le matin et
rentre le soir. Il travaille toute
la journée et quelquefois la
Kent U dokter Lefèvre, den
beroemden geneesheer?
Ik heb indertijd met hem kennis
gemaakt. Hij is op reis, niet
waar ? Verleden jaar is hij naar
Duitschland vertrokken, maar
hij is ook naar Italië en naar
Engeland gegaan. Hij zal, ge-
loof ik, 't volgend jaar naar
Frankrijk terugkomen.
O neen, hij is al lang terug; ik
heb hem laatst gezien. Hij zal
de volgende week een dag
hier komen; hij zal den avond
bij ons doorbrengen. In 't ver-
volg hoop ik hem vaker te
zien. Hij gaat zelden uit [op
visite]; overigens gaat hij alle
dagen uit. Hij gaat 's morgens
[de deur] uit en komt er 's
avonds weer in. Hij werkt