Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
248 AANHANGSEL.
Duitsche [en Hollandsche] Dings of het verouderde Eng.
Thingum\my\, thans gewoonhjk : what do you call him
{caWem), what is his name, etc.
92. Monsieur? Plaît-il, monsieur? — De beleefdste uitdrukking
tegenover vreemden is : Monsieur ? (Madame ? Mademoiselle!)
Ook: Plait-il, monsieur? is zeer beleefd, doch wordt niet
meer zoo vaak als vroeger gebruikt. Verder ook : Pardon,
monsieur? (— Eng. / beg your pardon, hier de gewone
zegswijze). Iets minder beleefd is: Vous dites (minder vaak:
Vous disiez) monsieur ? Meer ongedwongen nog is : Comment ?
Toch kan men ook tegen vreemden: Comment monsieicr?
zeggen. Alweder meer gemeenzaam is : (= Holl. wat ?),
waaromtrent Passy opmerkt: „ça passe pour peu poli, mais
ça se dit beaucoup." Zeer gemeenzaam, bijna plat, is de
uitroep : Hein ? die vaak een komische tint heeft. Vgl. Platt-
ner, Franz. Schulgr., 283.
93. Voilà comment il faut faire avec ces gens-là. — Comment
in afhankelijke, vragende zinnen beteekent: hoe, op welke
wijze; daarentegen is comme zooveel als: hoezeer, in welken
graad, of het doet iets uitkomen : voilà comme, werkelijk
zoo, [zie je] zoo. Voilà comme il travaille ! Bij Dumas :
Voilà comme tu t'en vas? (ga je nu werkelijk zoo heen?)
Comment veux-tu que je m'en aille? (Théâtre, II, 45). Je
ne demande qu'à rire un peu, et voilà comme vous me
recevez! (IV, 62). Comme vous vous emportez ! Voilà comme
je suis pour mes amis (II, 240). — Musset: Voilà comme
j'ai vu r Allemagne (Comédie, II, 259).
94. Qui me vaut l'honneur de votre visite? — Soms komt qui
als onzijdige nominatief voor, rn plaats van qu'est-ce qui,
zoowel in de gewone spreektaal als in de literatuur, een
gebruik dat tot de middeleeuwen opklimt, zie Darmesteter
& Hatzfeld, Seizième siècle, I, 260. Toch wordt het thans
meest gebruikt in uitdrukkingen, waar het desnoods als
persoonlijk (mannelijk) kan worden opgevat, bijv. in: Qui
vous dit que c'est vrai? (Wie zegt u, enz.) —■ Bij Molière:
Monsieur, qui vous ramène en ce lieu'^ Vos sottises (Ecole
des f. III, 4). — Lafontaine: Qui te rend si hardi de