Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
238 AANHANGSEL.
les gekunsteld; de natuurlijke uitdrukking is ce sont (fam.
c'est) eux. In de literatuur vindt men weliswaar dat le enz.
vrij dikwijls, doch in de gewone spreektaal personifieert
men gaarne en zegt ook van dingen : C'est lui. Est-ce là
le livre i Oui, c'est lui, c'est bien lui (of om het meer te
doen uitkomen: c'est celui-là; ook: le voilà; of met herha-
ling van het zelfst. naamw. voilà le livre; c'est \biefi\ le
livre, etc.). Bij Sardou: Est-ce que votre lettre ne ressem-
ble pas à cecil — C'est elle! (Les Pattes de Mouche, 86.)
Ook in andere gevallen wordt lm of elle, zooals bekend is,
van zaken gezegd. Vgl. Sardou: Ah! je suis süre que Cla-
risse est pour lui! — Pour qui2 — Pour le Divorce!
(Divorçons! 31.)
58. Oui, monsieur, je la suis. — Volgens Passy is deze zegs-
wijze gekunsteld, hoewel ze door Fransche spraakkunsten
wordt vermeld ; meer gebruikelijk en natuurlijker is : c'est
moi, c'est bien moi. Doch vgl. Malot: Tic n'as été que trop
longtemps sa servante et je ne veux plus que tu la sois
(Séduction, 7). — Beaumarchais : Il est inouï qu'on se per-
mette d'ouvrir les lettres de quelqu'un. — De sa femme'( —
Je ne la suis pas encore (Barbier de Séville, II, 15).
Molière zelfs met betrekking tot een onbepaald woord (als
in 't Spaansch): Je veux être mère, parce que je la suis
(Am. magnif., 1, 2 ; zie Génin, Lexique). Thans le.
59. M'aimes-tu bien, [ma] mère? — Ook in den 3<'en persoon
worden père, mère vaak alleen (zonder pronom) gebruikt.
Malot: Ce n'est pas de mère que je veux parler: ce ne
serait pas pour 7nère que j'aurais donné ma vie; ce serait
à père que tu devrais penser (Millions honteux, 63). Vgl.
Robert, Gram. franç., 2® éd., bl. 349.
60. Je me garderai bien de te trahir. — Zelden en verouderd:
je n'aurai garde ; je n'ai garde de le faire, ik pas er wel
op het te doen. Deze zonderlinge zinswending, welke schijn-
baar het omgekeerde zegt van hetgeen de woorden beteeke-
nen, schijnt oorspronkelijk beduid te hebben: „ik bekommer
mij er niet om" \je ne me soucie pas], ongeveer zooals het
oud-Fransche „n'ai cure de parler" (= je ne me soucie